Overstappen op robotmelken en je stal flink onder handen nemen, dat doe je niet zomaar. Op zoek naar meer werkgemak en vooruitgang in prestaties, gingen ze bij Maatschap Loohuis-Hagedoorn de uitdaging aan. Ze investeerden niet alleen in nieuwe techniek, maar vooral ook in kennis en begeleiding. Zo lukte het om snel grip te krijgen op het nieuwe systeem én op de melkproductie.
Esther en Jeroen Loohuis namen jaren geleden het familiebedrijf in het Twentse Geesteren over van Esthers ouders. Inmiddels zijn ook zoons Douwe en Jense bij het bedrijf betrokken. Tot voor kort molken ze tweemaal daags in de melkstal. Esther: “Dat deden we met plezier, maar uiteindelijk begon zes uur per dag in de melkput fysiek zijn tol te eisen.” Robotmelken werd daarom een steeds serieuzere optie. Naast meer vrije tijd en gemak, speelde daarbij ook de ambitie om verdere vooruitgang te boeken met de prestaties van de koeien.
Het besluit om met melkrobots te gaan werken kwam niet van de ene op de andere dag. Esther en Jeroen dachten aanvankelijk dat zo’n overstap nog wel vijf jaar op zich zou laten wachten. Maar door fysieke klachten en de toenemende belasting van het tweemaal daags melken, werd de vraag steeds urgenter: “Willen we op deze manier nog wel doorgaan?” vertelt Esther.
Hun vaste voeradviseur Henk Maalderink speelde hierbij een rol. Al op het moment dat duidelijk werd dat de familie serieus nadacht over robotmelken, schakelde hij robotspecialist Wouter ter Braak in. Wouter bekeek samen met het gezin de mogelijkheden en zette hen meteen aan het denken over de inrichting van de stal.
Waar de familie eerder dacht de robots op verschillende plekken in de stal te plaatsen, adviseerde Wouter iets compleet anders: de ingang van de U-vormige stal omdraaien en aan de voorkant ruimte maken voor een aanbouw. “In eerste instantie zagen we dat helemaal niet zitten,” lacht Jeroen. “Maar achteraf was dit echt de beste beslissing.” Dankzij deze keuze bleven de looplijnen rustig en logisch, zowel voor de koeien als voor de veehouders. Na dit voorlopige ontwerp, begon de echte voorbereiding. De familie liet verschillende robotleveranciers langskomen, zodat er tekeningen en offertes vergeleken konden worden. In november werden de plannen naast elkaar gelegd. Na lang discussiëren gingen ze met Lely in zee. De uitgetekende kassaopstelling en het managementprogramma gaven de doorslag.
In figuur 1 en 2 hieronder zijn het oude en nieuwe stalontwerp te zien.
In januari startte de bouw en eind april liepen de eerste koeien al door de robots. Het snelle en gestructureerde proces gaf de familie vertrouwen. Naast ForFarmers speelde ook Lely daarbij een belangrijke rol. Niet alleen vanwege de techniek, maar ook door de begeleiding bij de opstart en de doelstellingengesprekken. Esther: “Je hebt echt het gevoel dat je er niet alleen voor staat. Alles liep mooi in elkaar over.”
Tijdens de implementatie bleek vooral de samenwerking tussen ForFarmers, de robotleverancier en de familie een succesfactor. Wouter hielp met de voercurves, melkinstellingen en het plan van aanpak, terwijl Henk bleef meedenken over het rantsoen en de koppeling met de bedrijfsvoering.
De eerste weken verliepen niet zonder hobbels. Terwijl de koeien geen problemen leken te hebben met de robot, bleef de lijst met haalkoeien lang. Samen met Wouter ontdekten ze de oorzaak: ze hielden te veel vast aan de oude melktijden. Door de momenten van ophalen te verschuiven, daalde het aantal haalkoeien drastisch. “Eerst stonden er om 6 uur ’s ochtends nog 22 koeien op de lijst. Toen we dat uitstelden naar 10:30 uur, waren er nog maar 8,” vertelt Jeroen. Esther vult aan: “Het klinkt simpel, maar zelf waren we daar niet op gekomen.”
Als de familie terugkijkt op de vele beslissingen die ze in het proces hebben genomen, springt er één duidelijk uit: de opstelling van de robots. “De kassaopstelling in de uitbouw is echt een hele goede keuze geweest. Het is overzichtelijk, alles staat bij elkaar en we kunnen er makkelijk tussendoor lopen. Ook bij het nemen van melkmonsters werkt dit ideaal,” vertelt ze. Daarbij roemt ze het advies van Wouter en Lely: “Dit hadden we zelf nooit op deze manier bedacht. Zij hebben echt de toon gezet.” Ook de plek van de melkemmers noemt Esther een aanrader. “Die staan bij de ingang van de uitbouw allemaal netjes bij elkaar. Alle emmers met separatiemelk voor de kalveren op één plek, gemakkelijk schoon te maken, dat werkt gewoon helemaal top.”
Drie maanden na de opstart in april van dit jaar was het eerste resultaat al zichtbaar. De melkproductie steeg van gemiddeld 30 liter naar ruim 33 liter per koe per dag. De rust in de stal is een minstens zo belangrijk winstpunt. Esther: “Er is geen rangorde meer bij de krachtvoerboxen, die zijn verdwenen. De koeien bepalen zelf hun ritme en dat geeft veel meer rust.”
De nieuwe techniek brengt ook nieuwe mogelijkheden. Via de robot en het managementsysteem Horizon krijgen ze waardevolle informatie over herkauwactiviteit, geleidbaarheid en temperatuur. Douwe: “Je ziet sneller of er iets speelt en kunt meteen ingrijpen.” Ook de klauwgezondheid is verbeterd door het automatisch voetbad.
De ambitie voor de komende tijd is helder: verder groeien naar gemiddeld 40 liter per koe, uitbreiden met dertig extra ligplaatsen en vooral het bedrijf als familiebedrijf blijven runnen. Esther: “We willen alles met eigen mensen rondzetten. Dat vinden we het belangrijkst.”
Terugkijkend benadrukt Jeroen de samenwerking: “We hebben er nooit alleen voor gestaan. Zonder ForFarmers en Lely hadden we dit niet zo neer kunnen zetten.” Die combinatie van een goed doordacht stalontwerp, de brede begeleiding en de betrokkenheid zorgde ervoor dat de overstap soepel verliep. Esther: “We hebben het echt als een gezamenlijk traject ervaren. Dat zou ik iedereen aanraden.”