Gemengd voeren lijkt misschien routinewerk, maar juist hier ligt veel onbenut rendement. Een praktijkonderzoek op 39 melkveebedrijven uitgevoerd door Jonas Peeters student aan de HAS in Den Bosch laat zien dat het mengproces per bedrijf sterk verschilt. Die verschillen hebben directe invloed op de mengkwaliteit, voerefficiëntie en arbeidsinzet. Alleen al in de tijd die wordt besteed aan het voeren zit een verschil van 51 minuten per 100 koeien per dag. Op een gemiddeld melkveebedrijf kan dat oplopen tot ongeveer €30.000 aan arbeidskosten per jaar. Door je mengproces kritisch te bekijken en te optimaliseren, bespaar je elke dag op voerkosten én haal je meer uit jouw voer.
Aan welke knoppen kun je allemaal draaien? Uit het onderzoek komen vijf belangrijke factoren naar voren die een grote invloed hebben op het mengproces, namelijk:
Hieronder lichten we iedere factor toe: waarom deze belangrijk is, welke risico’s er zijn bij een suboptimale instelling en welke praktische maatregelen je kunt nemen om het mengproces te verbeteren.
De basis voor een goed gemengd rantsoen begint bij de juiste afstelling van de voermengwagen. Eén van de belangrijkste factoren daarbij is het aantal omwentelingen van de vijzel. In de praktijk blijkt dit vaak te laag.
Voor een goede voerflow zijn minimaal 25 omwentelingen per minuut nodig. Daarentegen lag het gemiddelde in het onderzoek op slechts 21 omwentelingen per minuut, terwijl sommige bedrijven slechts 8 omwentelingen per minuut hadden. Bedrijven die boven de 25 omwentelingen zaten, haalden duidelijk de beste mengkwaliteit en de kleinste afwijkingen in het rantsoen.
Bij een te laag toerental beweegt het voer onvoldoende door de wagen. Hierdoor worden de verschillende componenten van het rantsoen niet voldoende gemengd. De oorzaak ligt vaak niet bij de mengwagen zelf, maar bij de trekker die te licht is om voldoende toeren te maken. Controleer daarom regelmatig het toerental van de vijzel en kijk of de combinatie van trekker en voermengwagen voldoende capaciteit heeft om zo optimaal mogelijk te kunnen mengen.
Naast het aantal omwentelingen speelt de vulling van de mengwagen een cruciale rol. Veel veehouders vullen de wagen te vol in de hoop tijd en het aantal ritten te besparen. Toch blijkt uit het onderzoek dat een overvolle voermengwagen juist ten koste gaat van de mengkwaliteit.
Het beste mengresultaat bereik je met een vulling van ongeveer 80%. Dat betekent in de praktijk: een voerniveau van zo’n 20 cm boven de vijzel. Zo heeft het voer voldoende ruimte om goed te mengen en worden alle rantsoencomponenten gelijkmatig verdeeld.
In het onderzoek zagen we voermengwagens met een vulling tot wel 130%. Dat ging in de meeste gevallen ten koste van de mengkwaliteit. Alleen wanneer ook de andere factoren, zoals het aantal omwentelingen, de staat van de messen en de namengtijd, perfect op orde waren, bleef de mengkwaliteit op niveau.
De vuistregel blijft daarom eenvoudig: streef naar een vulling van ongeveer 80%. Zo krijgt het voer voldoende ruimte om goed te mengen, blijft het rantsoen constant en verbeter je de voeropname.
Scherpe messen zijn onmisbaar voor een goed mengresultaat, maar krijgen in de praktijk niet altijd de aandacht die ze verdienen. Toch hebben scherpe messen direct invloed op zowel de mengkwaliteit als de efficiëntie van het mengproces. Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven met nieuwe of goed onderhouden messen aantoonbaar beter mengen dan bedrijven met botte messen.
Met scherpe messen worden de verschillende voercomponenten sneller en gelijkmatiger gesneden. Dat zorgt voor een betere doorstroming in de mengwagen, een homogener rantsoen en minder mengtijd. Botte messen verstoren juist de voerflow, waardoor mengen langer duurt en het rantsoen minder egaal wordt.
Controleer de messen daarom regelmatig en vervang ze op tijd. Een kleine investering die zich elke dag terugbetaalt in een beter mengresultaat én een efficiënter mengproces.
Naast de technische instellingen van de mengwagen is ook de mengtijd van grote invloed. In de praktijk blijkt dat veel veehouders te weinig tijd nemen om het rantsoen na te mengen, waardoor het geen homogeen rantsoen wordt.
Het advies is om, bij een toerental van ongeveer 25 omwentelingen per minuut, zeker 8 tot 10 minuten na te mengen. In het onderzoek lag de gemiddelde namengtijd echter op ruim 7 minuten met uitschieters naar slechts één minuut.
Te kort namengen zorgt voor een ongelijk gemengd rantsoen. Daardoor kunnen koeien gaan selecteren op de smakelijkste voercomponenten. Dat verstoort de voeropname, de penswerking en de voerefficiëntie, met uiteindelijk minder resultaat uit het rantsoen. Een paar minuten extra namengen maken het verschil. Het zorgt voor een homogeen rantsoen, een constante voeropname en meer rendement uit je voer.
Niet alleen de mengwagen bepaalt hoe efficiënt je voert. Ook de inrichting van het erf en de organisatie van het totale voerproces spelen een belangrijke rol. Erfindeling, rijafstanden en opslag van de voeders bepalen hoeveel tijd nodig is om te laden, mengen en voeren.
Uit het onderzoek blijkt dat de gemiddelde voertijd 31 minuten per 100 koeien bedraagt. De verschillen tussen bedrijven zijn echter groot. Bedrijven met een doordachte erfindeling en efficiënte rijroutes zijn dagelijks aanzienlijk minder tijd kwijt aan voeren.
Kijk daarom niet alleen naar de mengwagen, maar naar het complete voerproces. Door de routing en de ligging van voeropslagen kritisch te bekijken, is vaak zonder grote investeringen veel tijd te winnen. En die paar minuten per dag maken op jaarbasis een groot verschil in arbeidskosten én efficiëntie.
Tot slot biedt automatisering nog extra kansen. Met een Blendix vervalt een groot deel van het handmatig toevoegen van mineralen, wat zorgt voor minder handwerk en een grotere nauwkeurigheid. In de praktijk levert dat naast de grotere nauwkeurigheid al snel een besparing op van bijna 14 arbeidsuren en circa € 2.000 per jaar. Daarnaast liggen ook de opslagkosten bij gebruik van een Blendix circa € 3.000 lager dan bij gebruik van veel losse grondstoffen.