Een bekend fenomeen: de zomermaanden staan voor de deur en de vet- en eiwitgehaltes in de melk zakken weg. Hittestress en weidegang spelen in deze daling een belangrijke rol. Toch zijn er veehouders die jaarrond hetzelfde vet- en eiwitgehalte weten te melken. Wat typeert deze bedrijven? Wat kunnen we hiervan leren? Wij zochten het uit! Een ding kunnen we alvast verklappen: weidegang en hoge gehaltes gaan prima samen. Ook weten hoe? Lees dan snel verder.
Voor onderzoek vanuit ForFarmers zijn 43 melkveehouders geïnterviewd die jaarrond de vet- en eiwitgehaltes gelijk houden (uiteraard is er gecorrigeerd voor het aantal dagen in lactatie).
Een goede melkproductie begint bij het stalklimaat. Dat beseffen deze bedrijven maar al te goed. Meer dan 80% werkt met ventilatoren, en 67% heeft een geïsoleerd dak. Waarom? Omdat een frisse stal ervoor zorgt dat de koe haar warmte kwijt kan. Ze blijft koel, voelt zich prettig en komt makkelijker in haar ritme. Ze zoekt sneller het voerhek op en gaat eerder liggen. En een koe die ligt, is een koe die melk maakt. Wanneer de ligtijd met 1 uur verhoogd wordt is dat al goed voor een extra melkgift van 1,7 kilogram.
Een ander opvallend punt was dat er nergens sprake was van overbezetting in de ligboxen. De bezettingsgraad lag gemiddeld op 95%. Genoeg plek om te rusten en dus melk te produceren.
Op elk bedrijf was het uitkuilmanagement tot in de puntjes verzorgd. Strakke snijvlakken, schoongeveegde kuilplaten; een aanpak die zorgt dat het ruwvoer zijn voederwaarde behoudt. Dagelijks krijgen zowel melkkoeien als droge koeien vers en schoon voer. En dat is niet alles: het voer wordt gemiddeld 7,5 keer per dag aangeschoven. Zo blijft het aantrekkelijk en blijft de koe vreten. Ook de droge koeien. Want goede voeropname stopt niet bij de melkkoe. Vers voer is de basis voor gezondheid, productie én rust in de stal.
De verhouding tussen (vers) gras en maiskuil verschilde per bedrijf en was daarmee dus niet bepalend in het op peil houden van de gehaltes (uiteraard voldeed elk rantsoen aan de ForFarmers-normen). Toch bleven vet- en eiwitgehaltes overal op peil.
Meer dan 90% van de bedrijven voerde in de zomer buffers bij, omdat ze problemen vóór willen zijn. Buffers helpen de koe om beter om te gaan met hittestress en pensverzuring. Slimme voederkeuzes maken het verschil. Juist als het spannend wordt.
Melk bestaat voor een groot deel uit water. Dus het is geen verrassing dat melkkoeien veel en vaak moeten kunnen drinken. De norm voor waterbakruimte ligt op 7 cm per koe. Bij de bedrijven die meededen aan dit onderzoek was dit gemiddeld 9 cm. Meer dan voldoende dus. Wie liters wil zien, zorgt dat water nooit een beperking is. Genoeg plek, goed bereikbare bakken en altijd schoon water. Het verschil tussen ‘wel redelijk’ en ‘gewoon goed geregeld’ zit vaak in de details.
Zoals technisch specialist Barbara altijd zegt: "Behandel de droge koeien als prinsesjes." Dat is precies wat deze groep veehouders doet. Vers en fris voer, een prettig stalklimaat en altijd voldoende water. Geen ondergeschoven kindje, maar een volwaardige groep binnen de veestapel.
Alle bedrijven werkten met een doordachte transitieaanpak. Daarbij werd gebruikgemaakt van Translacbrok of een calciumbinder. Een goede transitie legt namelijk de basis voor een vlotte afkalving én een sterke start van de lactatie.
Tijdens het op de rij zetten van alle foto’s viel op dat het er op deze bedrijven ook bij het jongvee altijd strak bij ligt. De kalveren liggen standaard in schone hokken en hebben dagelijks fris voer met schoon water. Ook hierbij geldt dat alle normen van ForFarmers nageleefd worden:
Een sterke start zou geen gelukstreffer moeten zijn. Het is het gevolg van een duidelijke aanpak, gebaseerd op zorg, timing en structuur.
Heb je nog vragen of wil je meer informatie? Neem contact met ons op.