Hoe zorg je voor een goede loop op de robot met slechts een paar kilo brok? Dat is de uitdaging voor melkveehouders die robotmelken willen combineren met een hoog basisrantsoen. Vaak wordt er besloten tóch wat meer krachtvoer in de robot te gaan voeren. Maar toen melkveehouder Jan Ensink een half jaar geleden startte met robotmelken, hield hij zo veel mogelijk vast aan zijn TMR-voersysteem. Inmiddels heeft hij het robotmelken met een hoog basisrantsoen goed in de vingers. Met slechts enkele kilo’s krachtvoer in de robot, haalt hij gemiddeld 3 melkingen en 5,4 robotbezoeken per dag én heeft hij weinig haalkoeien.
Robotspecialist Gerard Smink (ForFarmers) en melkveehouder Jan Ensink
Om arbeid te besparen en wat flexibeler te kunnen zijn, besloot Jan afgelopen maart de melkput in te ruilen voor twee melkrobots. Wel met het plan een hoog basisrantsoen te blijven voeren. "TMR-voeren is mij met de paplepel ingegoten", vertelt melkveehouder Jan: "Dat gebeurt hier al zo'n 35 jaar. Het zorgt voor lagere krachtvoerkosten, maar ook voor veel rust en regelmaat voor onze koeien en die positieve eigenschappen wil ik graag behouden. "Daarnaast is brok niet de enige motivatie voor koeien om de robot op te zoeken: "Toen ik nog in de melkstal molk, viel mij op dat de hoogproductieve koeien ook uit zichzelf naar de melkstal liepen. Dus melkdruk is ook een belangrijke motivatie. Dat gaf mij wel het vertrouwen dat het ook met minder brok in de robot zou moeten kunnen."
Jan wil het zijn koeien wel zo makkelijk mogelijk maken. En dat begon bij de keuze voor het type robot en de juiste plaatsing in de stal: "Ik heb veel rekening gehouden met gemak en comfort", vertelt Jan: "Ik heb gekozen voor robots met ruime boxen en een makkelijke inloop, zodat de koeien zich niet opgesloten voelen." Ook is er veel ruimte vóór de melkrobot, zo'n 5 meter zonder obstakels, waardoor de koeien vanuit elke richting makkelijk naar de robot toe kunnen en elkaar makkelijk kunnen passeren.
Het hoge basisrantsoen aan het voerhek bestaat uit gras met een klein aandeel mais (75/25), aangevuld met graan, bierbostel, soja en pulp. Jan voert daarnaast twee krachtvoersoorten in de robot: soja en brok. Gemiddeld krijgen de koeien 2.6 kg krachtvoer in de robot en daarmee zit Jan gemiddeld behoorlijk laag. De brokgift wordt afgestemd op de productie: tot 27 liter krijgen de koeien 1 kg soja. Jan: "Dat lusten ze graag en het zorgt ook voor voldoende loop van de laagproductieve dieren." Vanaf 30 liter krijgen de koeien 0.5 kg soja en een kilo brok. Volgens een melkvoertabel wordt het krachtvoergift aangevuld tot 3.5 kg bij een melkproductie van 50 liter of meer.
Door goed te kijken naar de juiste robotinstellingen kun je de loop op de robot verder stimuleren. Die instellingen, daar heeft robotspecialist Gerard Smink (ForFarmers) veel verstand van: "Je moet koeien die goed op de robot lopen in ieder geval niet demotiveren", vertelt Gerard: "Het is fijn om wat vrije tijd op de robot te hebben, zodat je de melktoegang niet te krap hoeft te zetten. Daarnaast zorgen we voor geleidelijke, soepele overgangen in de afbouw van de melktoestemming en het krachtvoer richting de droogstand."
Om het met weinig brok in de robot af te kunnen, moeten de randvoorwaarden die horen bij een succesvol TMR-voeren én robotmelken beide kloppen. "Een goede loop op de robot, vraagt om een fitte koe, met een gezonde pens en goede klauwen", vertelt Gerard: "Voor een gezonde pens is het bijvoorbeeld belangrijk dat er altijd voldoende, goed gemengd voer beschikbaar is, om selectie te voorkomen." Daarnaast zit Jan kort op de vruchtbaarheid en heeft hij een strak droogstandsbeleid met een apart droogstandsrantsoen. Zo gaan de koeien in de juiste conditie de droogstand in en starten ze na afkalven makkelijk op. "Het droogstandsrantsoen is één van de dingen waar we de afgelopen periode aan hebben gewerkt", vertelt Jan: "Op advies van Gerard hebben we mais toegevoegd, zodat de overgang naar het melkgevende rantsoen voor de pens wat kleiner wordt en het allemaal wat makkelijker gaat." Klauwgezondheid is ook een belangrijk thema. Nu Jan zijn koeien niet meer twee keer per dag in de melkput voorbij ziet komen, zorgt hij dat hij hier bewust op let wanneer hij overdag tussen de koeien loopt. Kreupele koeien worden direct behandeld en iedere koe wordt 3x per jaar bekapt door de klauwbekapper.
Na de opstart, zag Jan de productie stijgen, maar zoals velen, kregen ook zijn koeien afgelopen zomer te maken met het Blauwtongvirus. Dat zorgde voor een productiedaling van 4 liter, maar inmiddels is de lijn naar boven weer ingezet. "Na de toekomst zien we nog mogelijkheden om de puntjes verder op de i te zetten", vertelt Jan: "Het zou mooi zijn als we met gezonde koeien zo'n 34-35 liter kunnen halen, met gemiddeld 3,4% eiwit."
De samenwerking tussen Jan en Gerard verloopt goed. "We stellen samen duidelijke doelen", vertelt Jan. Voorafgaand aan een bedrijfsbezoek analyseert Gerard de robot- en productiedata van het bedrijf met het Robot Analyse Programma, waarmee hij op afstand live mee kan kijken. Zo heeft hij tijdens het bezoek genoeg tijd voor de vaste ronde langs de melkkoeien, droge koeien, het rantsoen aan het voerhek en de kuilen. Door robot- en productiedata te combineren met wat hij ziet in de stal, komt hij tot een goed onderbouwd advies.
Wil je meer informatie over robotmelken met ForFarmers of heb je een vraag aan onze robotspecialisten? Neem contact op, wij helpen je graag verder!