De maïs heeft er dit jaar vaart in. Op basis van het aantal groeigraden (Growing Degree Days, GDD) ligt het groeiseizoen momenteel ongeveer 7 dagen voor op het 5-jarige gemiddelde. Dit blijkt uit de maismonitor waarin deze data wordt verzameld en gemonitord. Dat betekent dat de ontwikkeling van de maïs sneller verloopt dan gebruikelijk. Voor maistelers en teeltadviseurs is dat goed nieuws, maar het vraagt ook om een andere planning.
Maïs groeit niet op basis van kalenderdagen, maar op basis van de hoeveelheid warmte die de plant ontvangt. Hoe meer groeigraden worden opgebouwd, hoe sneller de plant de verschillende ontwikkelingsstadia doorloopt. De voorsprong van ongeveer een week betekent dat de maïs eerder bloeit, sneller de kolven vult en ook eerder afrijpt. Daardoor kan het optimale oogstmoment eerder aanbreken dan in een gemiddeld jaar.
Een warm groeiseizoen biedt kansen voor een hoge zetmeelopbrengst, mits de plant tijdens de korrelvulling voldoende vocht beschikbaar houdt. Blijft regen uit, dan kan de maïs wel sneller afrijpen, maar blijft de korrelvulling achter en valt de zetmeelopbrengst tegen.
Juist daarom is het belangrijk om de komende weken de percelen regelmatig te beoordelen en al dan niet te beregenen. Controleer de kolfontwikkeling, volg de droge stofontwikkeling en bepaal het oogstmoment op basis van het gewas. Alleen afgaan op de kalender vergroot de kans op een te droge kuil, een slechtere verdichting en hogere inkuilverliezen.
Een week eerder oogsten levert nóg een belangrijk voordeel op: het vanggewas krijgt meer tijd om zich vóór de winter te ontwikkelen. Die extra groeidagen zorgen voor:
Ook ontstaat meer keuze in het type vanggewas. Naast het gangbare Italiaanse en Engelse raai raaigras of winterrogge krijgen ook Bladrammenas en Bladkool meer kans om voldoende biomassa te produceren voordat de winter begint. Bladrammenas en bladkool bieden naast de diepe beworteling en opbouw van organische stof nog meer voordelen. In ritnaaldgevoelige percelen wordt de populatie ritnaalden eerder geremd dan vergroot. Dit in tegenstelling tot grassen en granen waarin ritnaalden juist goed gedijen.
1 week eerder zaaien van een vanggewas lijkt beperkt, maar levert vaak verrassend veel extra groei op. In september zijn bodemtemperatuur en daglengte nog gunstig, waardoor elke extra groeidag maximaal wordt benut.
De voorsprong in groeigraden biedt kansen, maar alleen wanneer het teeltmanagement daarop wordt aangepast. Wie de ontwikkeling van het gewas actief volgt en tijdig oogst, profiteert van een optimale maïskwaliteit én creëert de beste uitgangspositie voor een sterk ontwikkeld vanggewas. Juist die combinatie betaalt zich terug in een hogere voederwaarde, een betere bodem en een efficiëntere benutting van nutriënten.