Door het gunstige weer is de eerste snede dit jaar op veel plekken vroeg gemaaid. Daardoor kan het zijn dat er vóór de oogst meer stikstof is gegeven dan het gewas uiteindelijk heeft opgenomen. Om overbemesting te voorkomen en de stikstof goed over het seizoen te verdelen, is het belangrijk om de stikstofonttrekking van de eerste snede goed te berekenen en daarop je vervolgbemesting af te stemmen. Daarnaast is het droog en wordt er voorlopig nog niet veel regen verwacht. Pas je je bemestingsstrategie daarop aan? En is beregenen een optie?
Bereken de stikstofonttrekking op basis van de gerealiseerde droge stofopbrengst (kg DS/ha) en het stikstofgehalte van het geoogste gras, gemiddeld 25–28 kg N per ton DS. Vergelijk dit met de toegediende stikstof in de eerste snede. Is er sprake van een overschot, dan is er meer gegeven dan het gewas heeft opgenomen. Dit overschot kun je verrekenen met de bemesting van de tweede snede, zodat je de stikstof beter over het seizoen verdeelt en verliezen voorkomt. Gebruik hierbij OptiPlant om de stikstofbalans per snede strak te sturen.
Drijfmest bevat veel organisch gebonden stikstof die eerst moet mineraliseren voordat het gras die kan opnemen. In het voorjaar, bij snede 1 en 2, zijn de omstandigheden daarvoor ideaal: de bodem wordt warmer, er is voldoende vocht en het gras groeit hard. Daardoor komt de stikstof precies vrij wanneer het gewas erom vraagt. Dat geeft een hoge opbrengst en een goed ruw eiwitgehalte, met een hoge benutting van je stikstof. Als je pas vanaf snede 3 meer drijfmest gaat geven, loopt dat minder goed gelijk. De grasgroei neemt dan af, terwijl de mineralisatie nog doorgaat. Een deel van de stikstof komt daardoor pas vrij na de laatste snede of in het najaar. Die wordt niet meer benut en gaat de winter in, met kans op uitspoeling en verlies. Daarom leg je het zwaartepunt van je drijfmest bij snede 1 en 2. Dan valt stikstofvrijgave samen met de gewasbehoefte en haal je het meeste rendement uit je mest.
Bij een droge zode en weinig neerslag moet je realistisch zijn: drijfmest heeft dan minder werking en meer risico op N-verliezen. Door gebrek aan vocht vertraagd de mineralisatie en blijft stikstof langer in ammoniumvorm aan de oppervlakte, met meer kans op vervluchtiging.
Werk met kleine giften
Als je toch rijdt, werk dan met kleine giften en breng de mest emissiearm aan zodat die direct in de bodem komt. Verdunnen kan helpen om de inwerking te verbeteren, zeker op droog grasland.
Timing is cruciaal
Rijd bij voorkeur vlak vóór een verwachte bui, ook al is het maar 5–10 mm. Dat helpt om de mest in te werken en de omzetting op gang te brengen. Vermijd warme, droge momenten midden op de dag. Reken niet op directe werking: zonder vocht komt de stikstof vertraagd vrij. Houd daar rekening mee in je bemestingsplanning en vul waar nodig beperkt aan met kunstmest om groei te sturen. Kortom: bij droogte alleen drijfmest als het moet, in kleine, emissiearme giften en het liefst vlak vóór regen. Anders is wachten de betere keuze.
Bij droogte is niet alleen bemesting belangrijk, maar vooral groei. Zonder vocht stopt de grasgroei, wordt stikstof slecht opgenomen en komt mineralisatie nauwelijks op gang waardoor je rendement mist. Beregenen houdt het gras actief, zodat stikstof beter wordt benut en bemesting effect heeft. Juist in het voorjaar, tijdens de groeipiek, is dit cruciaal voor opbrengst en eiwitgehalte.
Begin op tijd
Begin op tijd en wacht niet tot het gras stilvalt. Met 20–30 mm water breng je het perceel weer op gang. In combinatie met (drijf)mest zorgt beregenen ervoor dat voedingsstoffen sneller beschikbaar komen. Kortom: beregenen bij droogte is geen kostenpost, maar een investering in groei, opbrengst en kwaliteit.
Zwavel is een bouwsteen voor aminozuren (zoals cysteïne en methionine) en dus direct betrokken bij de vorming van eiwit in gras. Bij een tekort aan zwavel verloopt de stikstofbenutting inefficiënt: stikstof wordt dan niet volledig omgezet in eiwit, wat leidt tot lagere opbrengst en een lager ruw eiwitgehalte. Gras heeft voor snede 1 en 2 gemiddeld 60 tot 95Kg zwavel (SO3) nodig. Heb je snede 1 voor GroGrass Start gekozen, dan heb je voldoende zwavel gegeven voor snede 1 én 2. Heb je snede 1 voor GroGrass N+S gekozen, dan is het advies om snede 2 nogmaals GroGrass N+S te strooien op zandgrond.
Heb je nog vragen of wil je meer informatie? Neem contact met ons op.