De komende tijd kan het flink koud worden. Wij geven daarom 6 praktische wintertips om de zeugen, biggen en vleesvarkens goed door de koude periode te leiden.
Geef pas opgelegde dieren direct voer bij binnenkomst. In de startfase hebben ze behoefte aan warmte. Een goede voeropname verhoogt de onderste kritieke temperatuur en maakt ze dus minder gevoelig voor een lage temperatuur. Indien nodig kun je de voeropname direct na spenen of na opleg verhogen door extra suiker toe te voegen. Bij koudere omstandigheden nemen biggen meer speen- en eerste fase voer op en vleesvarkens meer start- en jeugdvoer. Schakel dus bij de juiste voeropname per dag over op de volgende voersoort.
Verhoog indien mogelijk bij echte koude dagen het drogestofgehalte van de brij. Hiermee beperk je de hoeveelheid koude massa en heeft het dier minder energie nodig om het lichaam op temperatuur te houden.
Isoleer alle aanvoerleidingen van voer en/of bijproducten. Pas eventueel verwarmingslinten toe op de aanvoerleidingen van de bijproductensilo’s. Dit voorkomt bevriezen. Let op met condensvorming in voerleidingen en voerbakken waardoor schimmelvorming en verstoppingen kunnen optreden.
Bestel de voeders tijdig. Winteromstandigheden maken het transport soms lastig. Zorg bij sneeuwval voor een goede en veilige bereikbaarheid van de silo’s.
Let goed op liggedrag en uiterlijk van de dieren. Ligplaats en liggedrag zijn één van de belangrijkste meetpunten om te beoordelen of het stalklimaat in orde is.
Zorg dat voelers geijkt zijn en op de juiste plaats hangen. Zorg voor winddrukbescherming in de luchtinlaat (of breng glaswol aan in de luchtinlaat), stem de opening af op winterventilatie en isoleer (indien nodig) de ramen. Zet de temperatuurinstelling op wintercurve, verklein de thermoneutrale zone en vergroot de P-band. Wees extra kritisch op de minimumventilatie. Als deze te laag staat, wordt het te vochtig in de afdeling (stof op de hokinrichting blijft aan je handen plakken…) en zijn de varkens gevoeliger voor luchtweginfecties.
Pas bijverwarming zoveel mogelijk in de afdeling toe en zo min mogelijk op de centrale gang. Dit voorkomt warmteverliezen en bespaart kosten. Controleer de vloerverwarming. Het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour bij een afdeling mag maximaal 5ºC zijn. Isoleer de CV-leidingen waar geen warmteafgifte gewenst is (bijv. in de centrale gang). Pas de minimum- en maximumventilatie aan na opladen van de varkens. Dit is bij de huidige extreme weersomstandigheden van nóg groter belang dan normaal.
Vang de biggen bij spenen, of bij opleg in de vleesvarkensafdeling, op in een warme afdeling. Dan hoeven ze niet zelf de afdeling op temperatuur te brengen.
Zorg dat de dieren zo snel mogelijk voer kunnen opnemen. Zorg dat de troggen schoon zijn en geen reinigingswater en/of ontsmettingsmiddel bevatten. Voorkom onnodig hoge wateropname, want dit gaat ten koste van voeropname en groei.