Droge-stofgehalte meten: de basis van elke brijvoergift.

Meet jij regelmatig het drogestofgehalte van je brijvoer? Want bij brijvoer is meten écht weten. Een juiste droge‑stofbepaling (DS) vormt de basis voor een stabiel rantsoen, goede mengkwaliteit en een voergift waar je op kunt bouwen. En ja, zelfs een kleine afwijking kan grote gevolgen hebben.

Varkens
Vleesvarkens
HomeMiXX
Sander Donkers HomeMiXX-specialist
Sander Donkers Author 1024 x 1024 - ForFarmers Nederland
Vleesvarken met hand Header news 2048 600 3 - ForFarmers Nederland

HomeMixx‑specialist Sander Donkers komt het dagelijks tegen op bedrijven: “De droge stof is de stille stuurman van je brijvoer. Als die niet klopt, kan de hele brijvoering uit de pas lopen. Vaak zonder dat je het direct merkt.”

Navigeer snel naar:

Waarom droge‑stofbepaling zo belangrijk is

Een betrouwbare DS‑meting voorkomt dat varkens structureel te veel of te weinig voeding krijgen. Het is simpel: hoe beter je meet, hoe constanter je voert.
Sander ziet het vaak: “Soms geeft een afwijking van maar één procent droge stof al flinke verschuivingen in de brijvoergift. Dat merk je dan elke dag in de stal.”
Door consequent droge‑stof te meten:

  • voer je constanter
  • heb je grip op je rantsoen
  • voorkom je verspilling
  • verbeter je voerefficiëntie

En dat voel je uiteindelijk in zowel de stal als de portemonnee.

De impact van een juiste DS‑bepaling

Droge‑stofschommelingen beïnvloeden direct belangrijke parameters zoals:

  • Kosten van bijproducten
  • Rantsoensamenstelling
  • Mestproductie
  • Wateropname
  • Verpompbaarheid
  • Vermorsing
  • Voederconversie
  • Voederopname

Wist je dat…

  • nutriëntgift volledig mis kan zitten wanneer het ingestelde DS‑percentage afwijkt van de werkelijkheid?
  • varkens per procent DS‑afwijking ruim 100 kg extra mest produceren?
  • een verkeerde instelling van soortelijk gewicht zorgt dat de laatste ventielen 6 tot 9% te veel voer krijgen?

Benieuwd hoe we aan deze ‘stelregels’ komen? Kijk mee in de volgende rekenvoorbeelden.

Brijvoergift

1. Nutriënten in het rantsoen

Reken je met 12% DS voor aardappelstoomschillen en neem je 5% op DS‑basis op?
Dan doseert de installatie 9,58 kg per 100 kg brijvoer.

Maar blijkt de werkelijke DS slechts 10%? Dan had er 11,5 kg in gemoeten. Een afwijking van 20%. Het zetmeelniveau in het afmestvoer ligt dan behoorlijk onder het gewenste niveau.

 

2. Mestproductie

Een varkensplaats met 750 kg voederverbruik/jaar:

  • Bij 23% DS: 2870 kg brij per plek per jaar 
    (750 x 0,88 = 660 kg ds) / 0.23
  • Bij 24% DS: 2750 kg brij per plek per jaar

Ruim 100 kg mestverschil per procent DS per plek per jaar.

 

3. Soortelijk gewicht van brij

Op het moment dat de brijvoerinstallatie het laatste voer in de leiding uit doseert met behulp van de stuurvloeistoftank, speelt het soortelijk gewicht een belangrijke rol. De brijvoerinstallatie registreert een afname van de stuurvloeistoftank (veelal water met een soortelijk gewicht van 1,00 kg/l) terwijl er brij wordt uit gedoseerd (vaak met een soortelijk gewicht van 1,06 tot 1,09 kg/l). Als de soortelijk gewichtsinstelling onjuist is ingesteld, krijgen de laatste ventielen op het circuit dus telkens 6 tot 9% voer te veel. 

Daarom is het van belang om het soortelijk gewicht en de voerkolom juist positioneren voor een correcte voergift. “We adviseren om bij het eerste en laatste ventiel de droge-stof te meten voor extra monitoring” verteld Sander. 

De droge‑stofbepaling is geen detail, maar de fundering van elke brijvoergift. Door regelmatig te meten, afwijkingen tijdig op te sporen en instellingen te controleren, voer je constanter, zuiniger en efficiënter.

Praktische tip van Sander: “Plan het meten van droge‑stof vast in je week. Net als tanken: je wacht niet tot het misgaat. Zo houd je je brijvoerkwaliteit stabiel en voorkom je verrassingen.”

Veelgestelde vragen

  1. Hoe vaak moet je droge‑stof meten in brijvoer?

    Natte bijproducten bij iedere levering en eindvoeders 1x per week. Brijgrondstoffen variëren nu eenmaal in samenstelling, en die schommeling zie je direct terug in je voergift. Door vaste meetmomenten in te plannen, bijvoorbeeld één keer per week of bij elke nieuwe levering van een bijproduct, houd je jouw rantsoen stabiel en voorkom je verrassingen in de stal.
     

  2. Wat is een normaal droge‑stofpercentage?

    Dat hangt sterk af van de grondstof. Veel gebruikte bijproducten bewegen ergens tussen de 10% en 35% droge stof, maar daarbinnen zit veel variatie. Het belangrijkste is niet dat het “goed” of “fout” is, maar dat je weet wat het écht is, en dat je de instellingen van je brijvoersysteem daarop aanpast.
     

  3. Hoe beïnvloedt DS de voederconversie?

    Meer dan je denkt. Een afwijking van slechts 1% DS kan al leiden tot 1,3 punt verschil in voederconversie. Krijgen varkens ongemerkt te veel water of juist te veel droge stof? Dan raakt de energiebalans uit verhouding en neemt de efficiëntie snel af. Door DS nauwkeurig te meten, voer je constanter en dat zie je meteen terug in de prestaties.
     

  4. Hoe verlaag je de mestproductie van vleesvarkens met droge stof?

    Door het droge‑stofpercentage consistent te houden. Mestproductie wordt namelijk sterk beïnvloed door de hoeveelheid water die dieren via brijvoer binnenkrijgen. Een afwijking van slechts 1% DS scheelt al ruim 100 kg mest per plek per jaar.

    Praktisch betekent dit:

    • regelmatig DS meten
    • DS‑instellingen in de brijcomputer up‑to‑date houden

          Zo voer je compacter, efficiënter en verlaag je automatisch de mestproductie.

Select a website and language