Meer ruimte, perspectief én een bedrijf dat klaar is voor de volgende generatie. Dat was de inzet van de familie Morsink toen ze van Nederland naar Duitsland emigreerden. Nauwkeurig en efficiënt werken zijn duidelijke speerpunten om het beste uit hun bedrijf met 400 melkkoeien te halen. Maar ook arbeidsgemak telt zwaar. Samen met ForFarmers vonden ze de voerstrategie die precies pas bij die doelstellingen.
Albert Morsink groeide op tussen de varkens in Twente. Samen met zijn moeder runde hij daar een gemengd bedrijf. Maar toen Albert een allergie bleek te hebben voor varkens, moest hij noodgedwongen stoppen met die tak. “Boeren zit in je bloed,” zegt hij. “Dus stoppen met boeren was geen optie.”
In 1983 verhuisden Albert en zijn moeder naar Drenthe, waar ze een akkerbouwbedrijf met melkvee begonnen. “We hebben daar een nieuwe ligboxenstal gebouwd en langzaam het melkveebedrijf uitgebouwd,” vertelt hij. Ina kwam erbij, ze trouwden in 1991 en namen het bedrijf over toen Alberts moeder uitstapte.
Rond 2007 begon het te knagen. “We hadden het bedrijf in Drenthe goed voor elkaar,” vertelt Ina. “We waren gegroeid, hadden alles netjes op de rit. Maar toen kwam de vraag: hoe ziet de toekomst eruit voor onze kinderen?”
Hun zoon Mark had het boerenbloed duidelijk in zich. Hij was al jong met de boerderij bezig. Toen hij aangaf dat hij het bedrijf graag wilde overnemen, wilden ze hem die kans geven. Alleen, in Nederland leek dat niet mogelijk. “Quotum was duur, vergunningen waren lastig, de regels werden steeds strenger,” zegt Albert. “Als we verder wilden, moesten we opnieuw fors investeren. En dat terwijl de ruimte om te groeien er eigenlijk niet meer was.”
In Duitsland zagen ze meer mogelijkheden. Meer grond, meer perspectief. Daar konden ze een bedrijf kopen. Ina: “We konden een nieuwe stal bouwen en verder groeien zonder al die beperkingen. Dat gaf lucht. Ook voor de generatie na ons.”
In 2008 vertrokken de Morsinks met hun 90 koeien richting Duitsland. “Het land moest bewerkt worden en de plannen voor de nieuwe stal lagen klaar.” Maar de bouw liep vertraging op. Pas in december 2009 – een jaar later dan gepland – werd er voor het eerst gemolken op hun eigen bedrijf. Albert: “Dat was een bijzonder moment. Na al die voorbereiding eindelijk weer melken op je eigen bedrijf, met je eigen koeien.”
Inmiddels melkt de familie Morsink zo’n 400 koeien met een rollend jaargemiddelde van 10.140 kilo melk per koe. “We blijven verbeteren en optimaliseren,” zegt Albert. De familie zet in op het winnen van goed ruwvoer: fijn hakselen, goed in- en uitkuilmanagement. Ook bemesting speelt hierin een belangrijke rol. “We willen niet te veel ad hoc werken” zegt melkveespecialist Wess Groeneveld. “Daarom hebben we vooraf samen een bemestingsplan gemaakt.”
Ze kochten een tweede bedrijf, 400 meter verderop. Daar worden sinds kort 100 koeien gemolken met twee melkrobots. “Op het hoofdbedrijf melken we nog in een zij-aan-zij melkstal met 24 plaatsen, maar het nieuwe bedrijf wilden we modern opzetten,” zegt Albert. Ina vult aan: “Eerst alles goed laten draaien, daarna optimaliseren.”
Bij het voeren zet de familie tegenwoordig een Blendix in. Dat is een maatwerkmeel dat alles bevat om het rantsoen qua voederwaarde, vitamines en mineralen compleet te maken. “We deden eerst alles apart,” vertelt Albert. Zo hadden ze meerdere losse grondstoffen en mineralen, maar dat was foutgevoeliger en kostte veel tijd. “Met Blendix is het overzichtelijker en arbeidsvriendelijker. Zeker met verschillende medewerkers op het bedrijf is dat een groot voordeel.”
Melkveespecialist Wess: “Met Blendix stem je het mengsel precies af op wat de koe nodig heeft. Je koppelt de behoefte van de koe aan de beschikbare grondstoffen en ruwvoeders. Zo heb je van niks te veel en van alles genoeg. En doordat je flexibel kunt schakelen tussen bijvoorbeeld gerst en maïsmeel, voer je altijd het voordeligste dagrantsoen met dezelfde kwaliteit.”
Het boerenbestaan gaat niet altijd over rozen, maar de familie bekijkt het met een nuchtere blik. “Angst is een slechte raadgever,” zegt Albert resoluut. “we proberen niet te blijven hangen in beperkingen, maar juist te denken in oplossingen. Als iets niet kan, zoeken we naar wat wél kan. En natuurlijk, verhuizen naar Duitsland is spannend. Maar wat we nu in Duitsland hebben bereikt, dat had in Nederland niet gekund.”
De Duitse landbouw verschilt op veel vlakken van de Nederlandse. Minder regels, meer grond, maar ook minder samenwerking tussen boeren. “In Nederland werkte je veel meer samen, had je studieclubs en overleg. Hier doen we meer zelf. Maar het belangrijkste is dat we plezier houden in wat we doen.”
Voor boeren die overwegen de stap naar het buitenland te zetten, heeft Albert een duidelijk advies: “Bereid je goed voor. Praat met boeren die al verhuisd zijn, leer van hun ervaringen. En doe het niet alleen. Een goede adviseur die je ondersteunt tijdens de emigratie kan veel verschil maken.”