Het is iedere geitenhouder vast wel eens overkomen: een geit lamt onverwacht af in de pot, maar rolt gelukkig soepel door de aflammerperiode heen. Dat zette de geitenspecialisten aan het denken. Met nieuwe inzichten ontwikkelden ze de vernieuwde transitieaanpak, die direct zijn vruchten afwerpt. Zo ziet de aanpak eruit.
Elke geitenhouder zal beamen dat de periode van twee maanden rondom aflammeren de meest kritische fase op het bedrijf is. De pens van de geit in deze fase gezond én goed aan het werk houden, blijkt een belangrijke sleutel tot een succesvolle transitie.
Op het einde van de dracht, rondom lammeren en bij de start van de lactatie heeft een melkgeit veel energie nodig. Enerzijds voor de groei van het ongeboren lam, maar ook voor het geboorteproces en de melkgift bij opstart. “Die beschikbare energie voor een geit komt voor het grootste deel uit de pens met haar actieve pensbacteriën”, legt geitenspecialist René van de Gevel uit. “Bij rantsoenwisselingen hebben pensbacteriën zo’n twee weken nodig om weer te stabiliseren.” Dat pleit ervoor om de basisgrondstoffen van het transitierantsoen zo veel mogelijk gelijk te houden en alléén elementen toe te voegen die de geit extra nodig heeft in deze fase.
In de vernieuwde transitieaanpak blijft daarom het basisrantsoen zo veel mogelijk hetzelfde. Vanaf vier weken vóór de verwachte aflamdatum worden stapsgewijs extra vitaminen (o.a. B, D en choline) en mineralen (o.a. calcium) toegevoegd om de stofwisseling te ondersteunen, passend bij de behoefte van de geit. Ook komt er meer structuur, smaak en extra energie uit bijvoorbeeld propyleenglycol in het rantsoen. René licht toe: “Dit is nodig voor een goede penswerking en om de voeropname op peil te houden. Daarmee hou je de negatieve energiebalans zo klein mogelijk en voorkom je slepende melkziekte (ketose).” De benodigde structuur moet smakelijk zijn en kun je ook als losse avondvoedering toevoegen in de vorm van zongedroogde luzerne, hooi of smakelijk, structuurrijk gras. “Belangrijk is wel om niet door te slaan in het aanbod van structuur”, weet de specialist uit ervaring. “Dan hebben de geiten te snel een volle pens en vreten ze minder van het basisrantsoen. Per bedrijf vraagt het een evenwichtige balans.”
Het effect van de vernieuwde aanpak slaat aan: de geiten hebben minder stress, omdat ze geen rantsoenwisseling hebben. René ziet veel positieve voorbeelden in de stal: “De geiten vreten beter door, lammeren vlot af en komen goed op de melk.” De geitenhouders ervaren vooral meer gemak: geen rantsoenwisselingen en minder gezondheidsproblemen. Ze zien vooral voordeel bij de oudere geiten: minder geiten die met de nageboorte blijven staan en minder baarmoederontstekingen.
Loading...