Onlangs zijn nieuwe excretieforfaits ter consultatie voorgelegd. De voorgestelde normen moeten per 2026 ingaan. De excretieforfaits voor melkvee wijzigen niet. Voor vleesvee worden de diercategorieën aangepast en uitgebreid. Voor schapen, geiten, paarden en pony’s gelden diverse verhogingen. Voor varkens, kippen, konijnen en eenden worden de stikstofcorrecties aangepast. Daarnaast zijn diverse stikstof- en fosfaatnormen van biggen en vleesvarkens aangepast. Ook worden bijna alle normen voor biologisch gehouden dieren gelijkgesteld aan de gangbare norm. Echter de stikstofcorrecties voor biologisch gehouden staldieren worden meestal hoger.
In een voorstel zijn nieuwe normen voor 2026 in een, inmiddels afgeronde, consultatie voorgelegd. De nieuwe normen zijn aangekondigd in een Kamerbrief. Dieren waarop het fosfaatrechtenstelsel van toepassing is krijgen mogelijk vanaf 2027 nieuwe normen.
Voor vleesvee (runderen) wordt een specificering van de diercategorieën en de daarbij behorende normen voorgesteld. Voor fokstieren, startkalveren, schapen, geiten en pony’s en paarden blijven de diercategorieën gelijk maar worden wel enkele normen aangepast. Daarnaast komen er enkele aanpassingen in de stikstofcorrecties van staldieren.
Voor vleesvee worden zowel voor rosékalveren als voor roodvleesstieren (incl. ossen en vrouwelijke dieren) de diercategorieën herzien. Er komen diverse diercategorieën bij, met de daarbij veelal hogere productienormen.
De diercategorieën voor rosékalveren, cat. 116 (vanaf 3 maanden) en cat. 117 (vanaf 14 dagen), worden opgesplitst:
Cat. 122 (voorheen alle roodvleesdieren voor de slacht) geldt vanaf 2026 alleen nog maar voor dieren t/m 8 maanden. Oudere dieren vallen onder de nieuwe diercategorieën:
De normen in diercategorie 123 zijn, m.u.v. stikstof - vaste mest, iets hoger dan de huidige normen (cat. 122). De normen in cat. 125 zijn fors hoger.
Voor zoogkoeien komen twee diercategorieën. Cat. 120 blijft bestaan maar is alleen bedoeld voor zoogkoeien op een bedrijf met ook melkvee. De nieuwe cat. 126 geldt voor zoogkoeien op een vleesveebedrijf.
De stikstof- en fosfaatnormen van cat. 120 (nieuw) en cat. 126 komen overeen en zijn tevens lager vastgesteld.
Melkkoeien, die niet meer worden gemolken (vetweiders) en op een ander bedrijf (niet melkveebedrijf) worden afgemest, vallen vanaf 2026 niet meer onder cat. 120 maar onder cat. 125. Qua normen zijn deze diercategorieën vergelijkbaar.
Van verschillende graasdieren blijven de diercategorieën gelijk maar worden de stikstof- en/of fosfaatexcreties aangepast.
Voor fokstieren (cat. 104) wordt zowel de stikstof- als de fosfaatexcretie lager vastgesteld.
Bij startkalveren (cat. 115) wordt zowel de stikstof- als fosfaatexcretie hoger vastgesteld
Voor alle schapen worden de stikstofexcreties hoger vastgesteld. De fosfaatexcretie van schapen, die minimaal één keer hebben gelammerd (cat. 550), wordt ook hoger vastgesteld.
Voor geiten die minimaal éénmaal hebben gelammerd (cat. 600) worden de stikstof- en fosfaatexcretie hoger vastgesteld. Voor opfokgeiten (cat. 602) gaat de stikstofexcretie omhoog.
De stikstofexcretie van pony’s (cat. 941) wordt hoger. Voor paarden (cat. 943) worden de stikstof- en fosfaatexcretie hoger.
Bij staldieren blijven de diercategorieën gelijk. Echter worden diverse stikstofcorrecties per dier (iets) gewijzigd. De wijzigingen gelden voor witvleeskalveren, varkens, kippen, konijnen, kalkoenen en eenden. Daarnaast gelden wijzigingen in de hoeveelheid stikstof en fosfaat in biggen en vleesvarkens.
De stikstofcorrectie van witvleeskalveren wordt verhoogd.
De stikstofcorrectie van varkens wordt voor de meeste drijfmestsystemen lager vastgesteld. Bij vaste mestsystemen wordt de stikstofcorrectie meestal hoger vastgesteld. Enkele normen voor de hoeveelheid stikstof en fosfaat in biggen en vleesvarkens worden aangepast (normen per dier en per kilogram levensgewicht). Het betreft meestal een verlaging.
De stikstofcorrectie van kippen blijft gelijk of wordt lager vastgesteld. Echter leghennen en (groot) ouderdieren 18 weken en ouder (cat. 301) en vleeskuikens (cat. 312) krijgen een hogere stikstofcorrectie.
Voor beide diercategorieën bij konijnen wordt de stikstofcorrectie verlaagd.
De stikstofexcretie van vleeskalkoenen (cat. 210) wordt verlaagd.
De stikstofcorrectie van eenden wordt hoger vastgesteld.
Voor diverse normen voor biologisch gehouden dieren worden aanpassingen voorgesteld. Zo vervalt ‘deel 2’ van de tabel voor biologisch gehouden dieren.
In de huidige tabel voor biologisch gehouden dieren staan in ‘deel 2’ diverse omschrijvingen van de diercategorieën met de daarbij behorende stikstofexcretienormen. Dit deel van de tabel komt te vervallen. Voor alle biologische dieren geldt vanaf 2026 dezelfde indeling voor diercategorieën als bij gangbaar gehouden dieren. Wel blijven voor enkele diercategorieën andere stikstofexcreties en stikstofcorrecties gelden t.o.v. gangbaar gehouden dieren.
In het voorstel worden bijna alle excretieforfaits van biologisch gehouden graasdieren gelijk aan ‘gangbaar’. Uitgezonderd de stikstofnormen van: kalveren (cat. 101) op vaste mest, pinken (cat. 102) alle huisvestingsystemen en melkgeiten (cat. 600).
De stikstofcorrecties van varkens en kippen waren gelijk aan gangbaar. In het voorstel krijgen biologisch gehouden kippen en varkens specifieke stikstofcorrecties. Deze zijn altijd hoger dan de correcties bij gangbare dieren én hoger dan de huidige stikstofcorrecties. Alleen bij geslachtsrijpe dek- en zoekberen (cat. 406) op drijfmest, zijn de voorgestelde stikstofcorrecties lager dan de huidige correcties.