Middels een internetconsultatie zijn voorgenomen stikstofgebruiksnormen vanaf 2026 bekend gemaakt. De stikstoftotaalnorm van een perceel wordt afhankelijk of een perceel in een ‘aandachtsgebied stikstof’ ligt. De ‘aandachtsgebieden stikstof’ zijn nieuw. De huidige ‘NV-gebieden’ komen te vervallen. Ligt een perceel in een stikstof aandachtsgebied dan wordt de standaard stikstofgebruiksnorm gekort. Daarnaast worden ook de standaard stikstoftotaalnormen herzien. De aanpassingen zijn mede afhankelijk van de grondwaterkwaliteit in een gebied. De herziening van de normen en aandachtsgebieden zijn nog niet definitief.
In het concept 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (concept-8e AP) is opgenomen dat stikstofgebruiksnormen (stikstofnormen) aangepast worden als dat voor de kwaliteit van het grondwater en/of oppervlaktewater nodig is. Middels een afgeronde consultatie zijn de voorgestelde stikstofnormen, die vanaf 2026 moeten ingaan, bekend gemaakt. Ook zijn ‘aandachtsgebieden stikstof’ bekend gemaakt.
De basis voor de actualisering van stikstofnormen en het aanwijzen van ‘aandachtsgebieden stikstof’ komt vanuit de kwaliteit van het grondwater en van het oppervlaktewater. De gegevens over de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater zijn in alle gebieden geactualiseerd.
Als in een gebied de kwaliteit van het grondwater niet aan de norm uit de Nitraatrichtlijn water (50 mg nitraat/l) voldoet, kunnen de standaard stikstofnormen (geen NV-gebied) worden aangescherpt.
Aangezien bijvoorbeeld kleigrond en veen aan de Nitraatnorm voldoen, worden de standaard stikstofnormen voor deze grondsoorten nagenoeg niet aangepast.
Gebieden die niet voldoen aan de stikstofnorm van het oppervlaktewater worden aangewezen als ‘aandachtsgebied stikstof’. De ‘aandachtgebieden stikstof’ liggen verspreid over Nederland en overlappen veelal de huidige NV-gebieden. Het is de bedoeling dat de NV-gebieden per 2026 komen te vervallen, inclusief de stikstofkorting van 20%.
Afhankelijk van de ‘opgave’ om te voldoen aan de waterkwaliteit gelden ‘nieuwe’ kortingen op de (herziene) standaard stikstofnormen:
Bij de consultatie zijn ook conceptkaarten met de aangewezen ‘aandachtgebieden stikstof’ beschikbaar gesteld. Zie onderstaande linken naar deze kaarten. Per kaart hebben we weergegeven welk deel van Nederland het globaal betreft. De ‘categorie 1-gebieden’ zijn licht oranje gekleurd en de ‘categorie 2-gebieden’ donker oranje.
Voor de gebieden ‘zuidelijke zandgronden’ en ‘lössgrond’ zijn ook ‘aandachtgebieden stikstof’ ingetekend. Echter de kortingen op de standaard stikstofnormen (10% of 20%) zijn in deze gebieden niet van toepassing. De standaard stikstofnormen zijn, vanwege de kwaliteit van het grondwater, dusdanig (laag) ‘vastgesteld’ (volgens de consultatie), dat een verdere korting vanwege een ‘aandachtsgebied stikstof’ bedrijfseconomisch niet haalbaar is.
De ingetekende ‘aandachtgebieden stikstof’ hebben daardoor geen effect op de stikstofnorm.
Bij de consultatie is ook een voorgestelde wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffen opgenomen. In ‘Tabel 1’ staan de standaard stikstofnormen per gewas en per grondsoort weergegeven.
In ‘Tabel 8’ staan voor kleigrond, noord- en westelijke zandgronden, centrale zandgronden en veen de stikstofnormen per gewas weergegeven. Deze normen zijn inclusief de korting in ‘aandachtgebied stikstof’ cat. 1 (ca. 10%) en ‘aandachtgebied stikstof’ cat. 2 (ca. 20%). In deze tabel zijn voor zuidelijke zandgrond en lössgrond geen normen opgenomen. De reden hiervan is hierboven beschreven.
De voorgestelde stikstofnormen (incl. de normen met korting in aandachtsgebieden) hebben we vergeleken met de huidige normen. In onderstaande overzichten zijn verschillen (groter dan 5%) in stikstofnormen gekleurd weergegeven:
In de overzichten voor deze grondsoorten staan de volgende gegevens in de opvolgende kolommen:
De overzichten staan hieronder per grondsoort vermeld. Daarbij zijn door ons enkele hoofdconclusies getrokken.
In dit overzicht staan de normen voor kleigrond.
Aangezien kleigronden voldoen aan de nitraatnorm voor grondwater, zijn de voorgestelde standaard stikstofnormen voor bijna alle gewassen gelijk aan de huidige stikstofnormen. Alleen de norm voor mais gaat van 160 naar 185 kg N/ha (+16%), deze norm gold al voor niet-derogatiebedrijven
De normen voor ‘cat. 1-gebied’ en ‘cat. 2-gebied’ zijn vergeleken met de NV-normen 2025. Aangezien in ‘cat. 1-gebied’ de normen met ca. 10% worden gekort (NV-gebied 20%) zijn alle normen in dit gebied hoger dan de NV-norm. Voor ‘cat. 2-gebieden’ zij de normen gelijk aan de NV-norm (beide 20% korting). Voor mais geldt in deze gebieden een hogere norm.
In dit overzicht staan de normen voor veen.
Voor veen geldt dat alle voorgestelde standaardnormen gelijk zijn aan de huidige normen De normen voor ‘cat. 1-gebied’ zijn hoger van de NV-norm. Voor ‘cat. 2-gebied’ zijn de normen gelijk aan de NV-norm.
In dit overzicht staan de normen voor noordelijke- (Groningen, Friesland en Drenthe) en westelijke zandgronden (Noord- en Zuid-Holland, Flevoland en Zeeland).
De voorgestelde standaardnormen zijn veelal gelijk zijn aan de huidige normen. Voor enkele gewassen is de norm verhoogd. Dit geldt voor grasland met beweiden, zomergerst, mais, diverse graszaden, zaaiui, prei en vruchtbomen overig.
De normen voor ‘cat. 1-gebied’ zijn hoger van de NV-norm. Voor ‘cat. 2-gebied’ zijn de normen veelal gelijk aan de NV-norm. Bij enkele gewassen (o.a. mais en graszaden) zijn door de algemene verhoging de normen in categorie 2 logischerwijs ook hoger.
In dit overzicht staan de normen voor centrale zandgronden (Overijssel, Gelderland en Utrecht).
In 2025 is het gehele gebied aangewezen als NV-gebied. Om deze reden zijn de voorgestelde stikstofnormen vergeleken met de NV-norm. Op twee gewassen na (vlas en veld- en tuinbonen) worden de normen verhoogd. Voor mais wordt de standaardnorm flink verhoogd: van 112 naar 157 kg N/ha.
De normen voor ‘cat. 1-gebied’ zijn veelal hoger van de NV-norm. Soms geldt een forse verhoging (o.a. bij enkele graszaden). De norm voor mais gaat van 112 naar 139 kg N/ha. Binnen deze categorie worden ook diverse normen verder verlaagd t.o.v. de NV-norm. Dit geldt o.a. voor enkele aardappelgewassen.
De normen voor ‘cat. 2-gebied’ worden, volgens de voorstellen, meestal (fors) verlaagd t.o.v. de NV-norm. Echter het areaal grond dat in een ‘cat. 2 gebied’ valt is beperkt. Maar voor de percelen die wel in dit gebied liggen kan de impact groot zijn.
Voor de zuidelijke zandgronden en lössgronden geldt nu een NV-norm. In de overzichten voor deze grondsoorten hebben we de voorgestelde standaardnorm vergeleken met de NV-norm. Voor deze grondsoorten geldt geen (extra) korting vanwege ‘aandachtsgebieden stikstof’.
De overzichten staan hieronder per grondsoort vermeld. Daarbij zijn door ons enkele hoofdconclusies getrokken.
In dit overzicht staan de normen voor zuidelijke zandgronden (Noord-Brabant en Limburg).
Alleen de voorgestelde stikstofnormen voor de gewassen grasland met beweiden en stam-/stokboon zijn hoger dan de NV-normen. De meeste zijn (fors) lager. Dit geldt o.a. voor aardappelen, bloembollen en diverse tuinbouwgewassen.
In dit overzicht staan de normen voor lössgrond.
Alle voorgestelde stikstofnormen zijn gelijk aan de huidige NV-normen. Behalve de norm voor grasland met beweiden, deze is hoger.
In dit Excelbestand zijn, voor het totaalbeeld, alle overzichten samengevoegd. In de tabbladen zijn de normen per grondsoort(regio) te vinden. Het totaaloverzicht is ook in een pfd-bestand in te zien.
Op basis van de kaarten met ‘aandachtgebieden stikstof bepaalt RVO of een perceel in een aandachtsgebied valt. Dit wordt beoordeeld op het niveau van topografische percelen. Hierbij gelden de volgende regels:
Per abuis is de norm voor een niet-vlinderbloemige groenbemester als hoofdteelt bij een vorige wijziging geschrapt. Met deze wijziging is de mogelijkheid om een norm te krijgen voor een niet-vlinderbloemige groenbemester als hoofdteelt weer geformaliseerd.
Het is op klei- en veengrond vanaf volgend jaar weer mogelijk een norm van 30 kg/ha te krijgen op een vlinderbloemige groenbemester. Waarschijnlijk geldt dit, net als bij de niet-vlinderbloemige groenbemester, enkel na de teelt van graan, graszaad en/of koolzaad.
Naar verwachting geldt deze norm ook als de vlinderbloemige groenbemester als hoofdteelt wordt geteeld.
Echter over beide wijzigingen is de voorgestelde aanpassing niet duidelijk.
In het concept-8e AP is aangegeven dat er ook ‘aandachtsgebieden fosfor’ worden aangewezen, waarvoor extra maatregelen gaan gelden. Zoals bijvoorbeeld het aanleggen van een bezinkgreppel op een verplichte bufferstrook van minimaal drie meter en bufferstroken langs KRW-waterlopen kleiner dan drie meter.
Naar verwachting gaan deze maatregelen in per 2027.
Naast stikstofaandachtsgebieden is in de consulatie ook een algemene kaart met de voorgestelde fosforaandachtsgebieden. Deze gebieden liggen niet ter consultatie maar alleen ter kennisgeving. Is een gebied alleen aangewezen als fosforaandachtsgebied dan is de standaard stikstoftotaalnorm van toepassing.
Zie de toelichting bij de voorgestelde wijziging van de ‘Uitvoeringsregeling meststoffen’, voor meer informatie over de keuzes voor het aanwijzen van de ‘aandachtsgebieden stikstof’ en de voorgestelde stikstofnormen.