Voorraadwaardering dierlijke mest berekening en opgave

Header Bulkwagen algemeen - Klantenservice ForFarmers Dealers

In januari moeten veel bedrijven de eindvoorraad mest van het voorgaande jaar bepalen. De gehaltes van de eindvoorraad zijn afhankelijk van het al dan niet afvoeren van bemonsterde mest. Daarnaast gelden enkele aandachtspunten bij aangevoerde mest, bezinklaag varkensmest en de dikke en dunne fractie na mestscheiding. Veel bedrijven moeten de mestvoorraden doorgeven middels de ‘Aanvullende gegevens’. De gehaltes van de mestvoorraden van de gebruiksnormenberekening zijn vaak gelijk aan de gehaltes die opgegeven moeten worden. Dit geldt echter niet als het bedrijf wijzigt van ‘methode’, van forfaitair naar analyseresultaten of omgekeerd.


Gebruiksnormen: dezelfde ‘methode’ voor gehaltes begin- en eindvoorraad

De gehaltes van mestvoorraden binnen een jaar moeten worden gebaseerd op analyseresultaten of forfaits. De methode voor de bepaling van de gehaltes binnen de gebruiksnormenberekening is afhankelijk van de beschikbaarheid van analyseresultaten in het reken- én voorgaande jaar. Als wordt ‘gewisseld’ van de analyseresultaten in het lopende jaar (rekenjaar) en forfaits in het voorgaande jaar of omgekeerd, wijken de gehaltes van de beginvoorraad af van de eindvoorraad van het voorgaande jaar. Hieronder staan vier verschillende situaties benoemd.


Bemonsterde afvoer in zowel voorgaand als rekenjaar

In het rekenjaar worden, in de gebruiksnormenberekening, de begin- en eindvoorraad op de analyseresultaten gebaseerd. Voor de beginvoorraad worden de analyseresultaten van voorgaande jaar gebruikt. Voor de eindvoorraad worden de analyseresultaten van het huidige jaar gebruikt.


Geen bemonsterde afvoer in zowel voorgaand- als rekenjaar

In het rekenjaar worden, in de gebruiksnormenberekening, de begin- en eindvoorraad op de forfaits gebaseerd.


Rekenjaar geen bemonsterde afvoer, voorgaand jaar wel

In het rekenjaar worden, in de gebruiksnormenberekening, zowel de begin- als de eindvoorraad op de analyseresultaten van voorgaand jaar gebaseerd.


Rekenjaar wel bemonsterde afvoer, voorgaand jaar niet

In het rekenjaar worden in de gebruiksnormenberekening zowel de begin- als de eindvoorraad gebaseerd op de forfaits.


Geen analyse mestvoorraden

Anders dan RVO stelt is, ons inziens, een analyse van de gehele mestvoorraad niet bruikbaar voor de bepaling van het gehalte in de eindvoorraad. De methode is simpelweg onvoldoende te borgen.


‘Aanvullende gegevens’ anders bij systeemwissel

Als in het rekenjaar de gehaltes op dezelfde manier worden bepaald (beide analyseresultaten óf beide forfaitair) kunnen bij de ‘Aanvullende gegevens’ dezelfde gehaltes worden opgegeven als in de gebruiksnormenberekening moeten worden gebruikt. Zodra ‘gewisseld’ wordt van methode moeten bij de ‘Aanvullende gegevens’ afwijkende gehaltes worden opgegeven.


Schema berekening en opgave

De vier eerdergenoemde situaties zijn opgenomen in ons schema. Uit dit schema blijkt welke methode gebruikt moet worden voor de gehaltes in de begin- en eindvoorraad in de gebruiksnormenberekening. Daarnaast is, indien afwijkend van de berekening, aangegeven welke gehaltes moeten worden opgegeven bij de ‘Aanvullende gegevens’. Dit laatste is alleen van toepassing bij een wisseling van methode.


Bepalen gehaltes in mestvoorraden

Uit het schema blijkt welke methode bij de berekening en opgave gehanteerd moet worden. Onderstaand wordt aangegeven hoe de gehaltes vervolgens bepaald moeten worden.


Gehaltes op basis van analyseresultaten van de afgevoerde mest

Het gehalte wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde gehalte van de analyseresultaten van het gehele kalenderjaar van de betreffende mestcode.


Gehaltes op basis van forfaits

Het gehalte wordt gebaseerd op de forfaits die gelden per mestcode. Wijzigt de forfaitaire waarde? Dan mag in de beginvoorraad gerekend worden met de nieuwe forfaits. Hierdoor zijn de gehaltes van de beginvoorraad niet meer gelijk aan de eindvoorraad van het voorgaande jaar.


Aangevoerde mest in eindvoorraad

Als aangevoerde mest geanalyseerd is en in de eindvoorraad aanwezig is, moeten deze gehaltes worden gebruikt en opgegeven. Indien mest forfaitair is aangevoerd en in voorraad genomen, dan geldt voor deze mest in de eindvoorraad de forfaits.


Gemengd met andere mest

Als aangevoerde mest samen met andere mest in opslag zit, dan kunnen bij de eindvoorraad de verschillende meststromen gescheiden worden opgegeven met de daar bijbehorende gehaltes.


Gehaltes mest niet representatief

Als een landbouwer vindt dat de analyseresultaten van de afgevoerde mest in het huidige jaar niet representatief is dan moet de landbouwer dit zelf aannemelijk maken en onderbouwen welke gehaltes beter passend zijn. Afwijken van de systematiek van RVO is risicovol, omdat het onzeker is of RVO/NVWA hiermee akkoord gaan.


Alternatieve gehaltes

Indien in het voorgaande jaar ook analyseresultaten beschikbaar zijn lijkt het logisch om in eerste instantie hiervan uit te gaan. Als een landbouwer vindt dat deze ook niet representatief zijn, moet dit eveneens worden onderbouwd. De kans dat dit twee opvolgende jaren speelt, en aannemelijk kan worden gemaakt, is overigens onwaarschijnlijk. Zijn van het voorgaande jaar geen analyseresultaten aanwezig of zijn deze niet representatief dan lijken de forfaits het meest logische alternatief. RVO accepteert geen alternatieve gehaltes die bepaald zijn op basis van een bedrijfsspecifieke berekening (bijvoorbeeld BEX of stalbalans).


Analyse gehele voorraad

Zoals aangegeven is, ons inziens, een analyse van de gehele mestvoorraad niet bruikbaar voor de bepaling van het gehalte in de eindvoorraad. Echter een monster per mestvoorraad kan eventueel wel dienen als extra argument om aan te tonen dat de analyseresultaten van de gewogen en bemonsterde afvoer afwijken van de gehaltes in de mestvoorraad.


Bezinklaag varkensmest

Op de meeste varkensbedrijven bevat de opslag van drijfmest een ‘bezinklaag’. Deze bezinklaag bevat aanzienlijk hogere gehaltes. Bij de bepaling van de eindvoorraad van de bezinklaag, is de beginvoorraad en de jaarlijkse aangroei van belang. RVO heeft eerder aangegeven, dat zij uitgaat van een maximale toename van 2 cm (hoogte bezinklaag) per jaar.


Geen analyseresultaat, dan forfait

Voor de bezinklaag moeten in de gebruiksnormenberekening eveneens ‘de best beschikbare gegevens’ gebruikt worden. Van de bezinklaag zullen meestal geen analyseresultaten bekend zijn. In die gevallen moet uitgegaan worden van de, door RVO/LNV vastgestelde, forfaitaire gehaltes uit tabel 1.


Tabel 1. Stikstof en fosfaatgehalten in bezinklaag varkensmest

Diercategorieën

Mestcode

Stikstofgehalte

(kg/ton)

Fosfaatgehalte
(kg/ton)

Guste en dragende zeugen

46

5,47

9,22

Kraamzeugen

46

7,77

19,36

Vleesvarkens

50

10,23

13,32

Opfokzeugen

46

5,27

17,68

Biggen

46

13,21

22,75


Niet apart vermeld, niet meetellen

De toename van de bezinklaag kan alleen bij de gebruiksnormenberekening worden betrokken, als deze bij de ‘Aanvullende gegevens’ apart is opgegeven. Indien de bezinklaag niet apart is opgegeven, zal RVO deze vrijwel zeker achteraf niet meer accepteren. RVO gaat er dan vanuit dat de opgegeven eindvoorraad varkensdrijfmest inclusief de bezinklaag is.


Dikke en dunne fractie

De eindvoorraadwaardering van dikke en dunne fractie na mestscheiding vraagt extra aandacht. Indien geen dikke en/of dunne fractie is afgevoerd, en er dus geen analyseresultaten beschikbaar zijn, moet in principe uitgegaan worden van de wettelijke forfaits. Deze vastgestelde forfaits komen vrijwel zeker niet overeen met de daadwerkelijke situatie en zijn daarmee, ons inziens, niet de ‘best beschikbare gegevens’.


Gehaltes bepalen

Voor de mestsoorten waarvan geen analyseresultaat aanwezig is, kan het gehalte worden bepaald/ingeschat op basis van de (geschatte) input en het scheidingsrendement. Indien bijvoorbeeld de dikke fractie wel is afgevoerd, kan met behulp van de (geschatte) input en de analyseresultaten van de dikke fractie de samenstelling van de dunne fractie worden ingeschat. Voor een betere onderbouwing is het aan te raden zowel input (drijfmest) als de dikke én de dunne fractie te laten bemonsteren.

Select a website and language