Spuiwater afkomstig uit luchtwassers is een afvalstof waarvoor een verantwoordingsplicht geldt. In veel gevallen mag een bedrijf spuiwater ook als kunstmeststof gebruiken. Het gebruik van een luchtwasser heeft geen invloed op de hoogte van de stikstofcorrectie in de stalbalans. De afvoer van spuiwater is geen afvoer in het kader van de gebruiksnormenberekening.
Spuiwater is een afvalstof dat vrijkomt bij het gebruik van een luchtwasser. De producent moet dit in principe als afvalstof afvoeren. Omdat spuiwater met name stikstof bevat kan een bedrijf dit als stikstofkunstmest gebruiken. Echter een afvalstof mag niet zomaar als meststof worden gebruikt.
Een afvalstof mag alleen als meststof worden gebruikt, indien de desbetreffende afvalstof is opgenomen in bijlage Aa van de ‘Uitvoeringsregeling Meststoffenwet’. In deze bijlage staan diverse ‘soorten’ spuiwater omschreven:
Zie voor de exacte omschrijving de genoemde bijlage.
Spuiwater afkomstig uit gecombineerde luchtwassers is niet in de bovengenoemde bijlage opgenomen. De ondernemer mag dit spuiwater daardoor niet als meststof gebruiken en moet het als afvalstof afvoeren. Wanneer een bedrijf het spuiwater van de afzonderlijke stappen (chemische, biologische of waterwasstap) apart opvangt, dan kan het spuiwater wel als meststof worden gebruikt.
Spuiwater afkomstig van installaties die niet in bijlage Aa zijn opgenomen, mag ook niet als meststof worden gebruikt.
Spuiwater afkomstig van installaties die niet in bijlage Aa zijn opgenomen, mag ook niet als meststof worden gebruikt.
Het gebruik van een luchtwasser heeft geen invloed op de hoogte van de stikstofcorrectie in de berekening van de stalbalans. Een bedrijf mag het geproduceerde spuiwater dan ook niet meenemen als afvoerpost in de stalbalans.
Het stalsysteem exclusief de luchtwasser bepaalt de hoogte van de stikstofcorrectie. Dit houdt in dat, wanneer een traditioneel stalsysteem gecombineerd wordt met een luchtwasser, de stikstofcorrectie van een ‘overig stalsysteem’ moet worden gebruikt. Een bedrijf gebruikt de stikstofcorrectie voor een emissiearm stalsysteem alleen als het stalsysteem, exclusief de luchtwasser, emissiearm is.
Een bedrijf mag de afvoer van spuiwater niet in de stalbalans of de gebruiksnormenberekening meenemen. Er is immers al, middels de stikstofcorrectiefactor, rekening gehouden met de stikstof die als ammoniak uit de stal verdwijnt.
Voor het geproduceerde spuiwater geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in, dat de producent van het spuiwater aan moet kunnen tonen, dat het spuiwater van zijn bedrijf is afgevoerd of als meststof op het bedrijf is gebruikt. Het als meststof gebruikte spuiwater telt mee in de gebruiksnormenberekening. Dit geldt zowel voor de producent van spuiwater als voor de bedrijven die het spuiwater aanvoeren. Voor een goede verantwoording is het noodzakelijk dat het bedrijf de productie, afvoer, aanvoer en de voorraden bepaalt.
Om aan de verantwoordingsplicht te voldoen, is het noodzakelijk dat het bedrijf de productie van spuiwater bepaalt. Vervolgens moet het bedrijf aan kunnen tonen welke hoeveelheid is afgevoerd en wat de begin- en eindvoorraden zijn. Het restant zal op het eigen bedrijf zijn gebruikt.
Voor het bepalen van de productie is geen voorgeschreven methode beschikbaar. De betreffende ondernemer zal de productie zelf aannemelijk moeten maken. Een mogelijke manier is om door middel van een doorstroommeter te bepalen hoeveel spuiwater er wordt geproduceerd.
De producent moet aantonen hoeveel spuiwater is afgevoerd. Hiervoor moet het bedrijf het gewicht bepalen. In verreweg de meeste gevallen zal de aanvoerende partij het spuiwater als meststof gaan gebruiken. In dat geval moet ook de samenstelling worden bepaald. Hiervoor kan per vracht een monster worden genomen wat door een geaccrediteerd laboratorium moet worden geanalyseerd. Vaak zal er sprake zijn van een continu proces, waarbij de samenstelling van het spuiwater nauwelijks wijzigt. In dat geval kan de betreffende ondernemer met een beperkt aantal (representatieve) monsters volstaan. Daarnaast moet een vervoersdocument worden opgesteld.
Op het vervoersdocument (niet een ‘realtime Vervoersbewijs Dierlijke Mest’) moet o.a. het resultaat van de analyse staan vermeld. Voor het vervoer van spuiwater gelden de regels voor ‘overige anorganische mest’. Zie voor deze regels de site van RVO.
De producent moet de begin- en eindvoorraad spuiwater zelf inschatten en in de eigen administratie opnemen. Alleen als dit spuiwater (naar verwachting) op eigen bedrijf als meststof wordt gebruikt, moet het bedrijf het spuiwater opgeven bij de opgave van de ‘Aanvullende gegevens’.
De producent moet de begin- en eindvoorraad spuiwater zelf inschatten en in de eigen administratie opnemen. Alleen als dit spuiwater (naar verwachting) op eigen bedrijf als meststof wordt gebruikt, moet het bedrijf het spuiwater opgeven bij de opgave van de ‘Aanvullende gegevens’.
Het gebruik van spuiwater op eigen landbouwgrond moet worden bepaald door het saldo van productie, aanvoer, afvoer en de voorraden. De ondernemer moet het gebruikte spuiwater als (aanvoer van) kunstmest in de gebruiksnormenberekening meenemen. Voor stikstof geldt een werkingscoëfficiënt van 100%. Het (kleine) aandeel fosfaat moet ook volledig worden meegeteld.
Derogatiebedrijven mogen geen fosfaatkunstmest gebruiken. Echter kunstmeststoffen met maximaal 0,5% fosfaat (5 g/kg) mogen wel worden gebruikt. Hierdoor mag spuiwater, dat normaliter niet meer fosfaat bevat, ook op een derogatiebedrijf worden gebruikt.
Van het aangevoerde spuiwater is het noodzakelijk, dat de gehaltes bekend zijn. Dit geldt ook indien de producent het geproduceerde spuiwater op het eigen bedrijf gebruikt. Hierbij kan het bedrijf gebruik maken van monsters van afgevoerd spuiwater. Indien deze niet aanwezig zijn, dan is het advies om zelf een monster te laten analyseren.
Van de begin- en eindvoorraden van het spuiwater moeten de hoeveelheden en de gehalten worden ingeschat.
De aanwezige voorraad spuiwater, dat als meststof wordt gebruikt, moet het bedrijf opgeven bij de ‘Aanvullende gegevens’. Hiervoor geldt code 116: ‘Overige mestsoorten’.
Controles
RVO en de NVWA zijn de controlerende instanties als het gaat om het gebruik van spuiwater als meststof. De gemeente is het bevoegd gezag als het gaat om de verantwoording van de afvoer van afvalstoffen.
Spuiwater mengen
Het is in alle gevallen niet toegestaan om spuiwater te mengen met andere meststoffen. Het spuiwater mag dus niet bij dierlijke mest in de mestopslag worden geloosd. Bij spuiwater uit een chemische luchtwasser is dit zelfs gevaarlijk, omdat er extra kans bestaat dat giftige stoffen vrij komen.