RVO heeft vanaf 2025 de controle op het uitvoeren van bepaalde eco-activiteiten verder aangescherpt met onder andere AMS. Met AMS wordt middels satellietbeelden de bedekking van het gewas en/of bepaalde activiteiten op het perceel gecontroleerd. De satellietbeelden worden het jaarrond, minimaal één keer per 7 dagen, gemaakt. Middels algoritmes wordt ‘automatisch’ bepaald of een perceel wel of niet voldoet aan de voorwaarden van de opgegeven eco-activiteit.
Percelen die voldoen aan de voorwaarden worden, op basis van de AMS-controle, groen gekleurd. Percelen die niet voldoen worden rood gekleurd. RVO beoordeelt de rood gekleurde percelen ‘handmatig’. Afhankelijk van de situatie worden alle rood gekleurde percelen beoordeeld of wordt dit steekproefsgewijs gedaan.
De ‘handmatige’ controle van RVO gebeurt, naast de satellietbeelden vanuit AMS, mede op basis van luchtfoto’s.
Veel aanvragers zijn het niet eens met de beslissing van RVO over het afkeuren van bepaalde eco-activiteiten. De belangrijke vraag is of de eco-activiteiten wel zijn gelukt. Er geldt immers een resultaatverplichting. Als wel de inspanningen zijn verricht, maar het resultaat is onvoldoende dan wordt niet aan de voorwaarden voldaan.
De vraag is of bezwaar maken zinvol is met eventueel een beroep op overmacht.
De aanvrager kan bij RVO de gebruikte satellietbeelden opvragen. Op deze beelden zijn echter alleen rood en/of groen gekleurde percelen te zien. De reden waarom een eco-activiteit is afgekeurd staat in de beslissing vermeld. Op de satellietbeelden is dat niet te zien. Om deze reden is het van belang om bij RVO ook de (aanvullende) argumenten/bewijsstukken op te vragen.
De aanvrager kan bezwaar maken tegen de beslissing. Bij een bezwaarschrift is het van belang om bewijsmateriaal aan te leveren, die het tegendeel ‘bewijzen’. Dit kunnen bijvoorbeeld eigen foto’s zijn of aanvullende satellietbeelden. Het ‘lastige’ van dergelijk bewijsmateriaal is dat deze op enig moment zijn genomen. En ook de positie van waaruit foto’s zijn genomen is van belang. De vraag is of met deze beelden bijvoorbeeld aangetoond kan worden of er gedurende een bepaalde periode op ieder moment sprake was van voldoende bedekking.
Er kan een beroep gedaan worden op overmacht. Er kan sprake zijn van overmacht als er een extreme situatie heeft voorgedaan, die niet te voorspellen of te voorkomen is en dat door die extreme situatie het bedrijf niet aan de voorwaarden van de eco-activiteit kon voldoen. Zie de site van RVO voor meer informatie over ‘overmacht’.
Het melden van overmacht moet zo snel mogelijk na de overmachtssituatie plaatsvinden. Als pas bij het bezwaarschrift voor het eerst een beroep op overmacht wordt gedaan, dan wordt dit door RVO (en, bij beroep door de rechtbank) meestal niet geaccepteerd. Daarnaast is de ervaring dat de kans op succes bij een beroep op overmacht niet erg groot is.
Als het niet lukt om tijdig een bezwaarschrift in te dienen kan, binnen de bezwaartermijn, een pro forma bezwaar worden ingediend. Op basis van dit pro forma bezwaar zal RVO een ‘verzoek tot aanvulling’ versturen. De aanvrager krijgt na het versturen van dit verzoek vier weken de tijd om nadere bezwaargronden in te dienen. Om deze reden is het van belang om niet te snel (maar wel tijdig) een pro forma bezwaar in te dienen.
Naar aanleiding van de vele discussies zijn over dit onderwerp Kamervragen gesteld. Daarnaast is een motie aangenomen die de minister verzoekt de beschikkingen met prioriteit opnieuw te beoordelen ‘waarbij de menselijke beoordeling een zwaardere rol krijgt’.
De motie heeft betrekking op de twijfel die er is ten aanzien van de beoordeling van de aanvragen. Klopt de conclusie van RVO wel? De resultaatverplichting blijft wel gelden.
Voor de eco-activiteiten geldt, ook in 2026, een resultaatverplichting. Als door omstandigheden (bijv. droogte of veel neerslag) niet aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan kan, ondanks alle inspanningen van het bedrijf, de eco-activiteit worden afgekeurd. Tenzij daadwerkelijk sprake is van overmacht.
De uitvoering van bepaalde eco-activiteiten wordt altijd gecontroleerd met behulp van AMS. Dit betekent dat RVO niet meer voornamelijk afhankelijk is van steekproefsgewijze en/of fysieke controles.
De controle op bijvoorbeeld de bedekking van het gewas kan hierdoor achteraf plaatsvinden. Belangrijk is daarom om goed te beoordelen of een eco-activiteit haalbaar is en wat de risico’s zijn dat niet aan de resultaatverplichting wordt voldaan.
Voorbeeld 1 Eén van de voorwaarden bij de eco-activiteit ‘Groenbedekking’ is dat het perceel gedurende de periode van 1 januari tot 1 maart voor minimaal 80% zichtbaar bedekt moet zijn. Het gewas mag doodvriezen, maar er moet wel sprake blijven van voldoende bedekking. Bij vorstgevoelige gewassen en een vroege vorstperiode is de kans aanwezig dat in de loop van februari het perceel onvoldoende bedekt is met het (doodgevroren) gewas. RVO controleert dit achteraf middels AMS.
|
In de situatie dat RVO een eco-activiteit (onterecht) afkeurt is het van belang om zelf bewijsmateriaal aan te leveren dat aantoont dat wel aan de voorwaarden is voldaan. Dit bewijsmateriaal zal gedurende het seizoen verzameld moeten worden. Dit kunnen bijvoorbeeld foto’s zijn die op verschillende momenten genomen zijn. Ook kan gedacht worden aan dronebeelden. Dronebeelden worden van bovenaf genomen en brengen de situatie (bijvoorbeeld bedekking van het gewas) beter in beeld.
Als door overmacht niet aan de resultaatverplichting van een eco-activiteit kan worden voldaan, dan moet de overmachtssituatie zo snel mogelijk gemeld worden bij RVO. RVO zal deze dan beoordelen.
In de situatie dat niet (meer) aan de voorwaarden van een eco-activiteit wordt voldaan, dan is het van belang om de eco-activiteit direct af te melden. Hiermee kan een waarschuwing of korting worden voorkomen.
Volgens RVO wordt een ‘100%-controle’ middels AMS uitgevoerd bij de volgende eco-activiteiten:
Bij ‘Onderzaai vanggewas’, ‘Groenbedekking’ en ‘Groene braak’ wordt onder andere gecontroleerd of aan de resultaatverplichting ten aanzien van de bedekking door het gewas wordt voldaan. Bij ‘Vroeg rooien’ wordt gecontroleerd of het gewas tijdig is gerooid en de gewasresten tijdig zijn ondergewerkt of afgevoerd. Bij ‘Langjarig grasland’ wordt nagaan of er grondbewerkingen zijn uitgevoerd.
AMS wordt ook ingezet bij de controle van andere eco-activiteiten. Zie voor meer informatie de site van RVO.
RVO heeft per eco-activiteit aangegeven wat de meest voorkomende niet-nalevingen zijn.
De meest voorkomende niet-nalevingen zijn:
Hierbij speelt vooral:
Bij de eco-activiteit ‘Groenbedekking’, mag het gewas doodgaan door vorst. Maar er moet wel sprake zijn van bedekking door het afgestorven gewas. Als het gewas na vorst grotendeels verdwijnt (verteerd), dan is de bedekking waarschijnlijk onvoldoende.
Hierbij speelt vooral:
De niet-naleving bij ‘Vroeg rooien’ komt meestal doordat het gewas niet op tijd is gerooid en/of de gewasresten te lang zichtbaar zijn op het perceel.
Bij ‘langjarig grasland’ gaat het vaak om een zware bewerking van het grasland en het opnieuw inzaaien van het gras.
Vanaf 2025 worden veel eco-activiteiten met behulp van AMS uitgevoerd. Mede op basis van AMS heeft RVO, in 2025, bij veel bedrijven eco-activiteiten afgekeurd. Bij twijfel over de juistheid van de beslissing van RVO kan bij RVO beeldmateriaal worden aangevraagd en/of een bezwaarschrift worden ingediend. Het tegendeel bewijzen op basis van ‘eigen’ bewijsstukken is ‘lastig’.
Voor 2026 en verder is het nog meer van belang om na te gaan of het uitvoeren van bepaalde eco-activiteiten haalbaar is, en wat het risico is dat niet aan de resultaatverplichting wordt voldaan. Wordt een eco-activiteit ingezet, dan kan het zinvol zijn om gedurende het seizoen bewijsmateriaal te verzamelen, dat aantoont dat aan de voorwaarden van de betreffende eco-activiteit wordt voldaan.