Onlangs is de initiatiefwet ‘Grondgebondenheid en verantwoorde mestafzet’ ter consultatie gelegd. In deze initiatiefwet wordt een voorstel gedaan voor een grondgebonden melkveehouderij. De invulling hiervan is afhankelijk van de ligging van het bedrijf. Daarnaast wordt voor alle sectoren een voorstel gedaan omtrent de mestafzet. In het voorstel wordt Nederland ingedeeld in drie afzetgebieden. Mestafzet buiten dit gebied wordt beperkt met een afstandscriterium. De voorstellen sluiten aan bij eerder gemaakte plannen.
Tweede Kamerleden Holman en Grinwis hebben een initiatiefwet ‘Grondgebondenheid en verantwoorde mestafzet’ en een toelichting hierop ter consultatie gelegd. Wetsvoorstellen worden meestal ingediend door de regering (regeringsvoorstel). Het is echter ook mogelijk dat Tweede Kamerleden zelf een wetsvoorstel indienen (initiatiefwet). Voor een initiatiefwet geldt een vergelijkbare procedure als voor een regeringsvoorstel. Dit betekent dat ook een initiatiefwet uiteindelijk, met een meerderheid van de stemmen in de Eerste en Tweede kamer, kan worden aangenomen.
Het wetsvoorstel richt zich op de grondgebondenheid van de melkveehouderij en een beperking van de mestafzetregio. Daarnaast worden in de toelichting ook denkrichtingen voor andere sectoren benoemd. Onderstaand wordt alleen het wetsvoorstel op hoofdlijnen toegelicht.
Het grootste areaal in Nederland wordt, volgens het voorstel, aangewezen als ‘Agrarische Hoofdstructuur’ (AHS). Daarnaast wijzen provincies in Nederland gebieden aan voor zogenoemde ‘Maatschappelijke landbouw’ (ML). In beide gebieden gaat een GVE-norm (melk- en jongvee) gelden. De GVE voor melkvee is afhankelijk van de gemiddelde melkproductie.
In de ‘Agrarische Hoofdstructuur’ gaat, volgens het voorstel, een minimaal areaal grasland (inclusief rustgewassen) per GVE gelden. In 2028 geldt een norm van 0,20 ha grasland/GVE, dit wordt stapsgewijs verhoogd naar 0,35 ha/GVE vanaf 2034. De percelen grasland en rustgewassen tot maximaal 25 kilometer van de productielocatie tellen mee. Dit kunnen, onder voorwaarden, ook percelen van een ‘akkerbouwer’ zijn.
Voor de aanwijzing van de ML-gebieden wordt gedacht aan (zones rondom) Natura-2000 gebieden, veenweidegebied of zandgronden met beperkte draagkracht. In deze gebieden worden landbouw en natuur met elkaar verweven. Vanaf 2034 mag een bedrijf maximaal 1,5 GVE/ha houden. Er is niet aangegeven dat het alleen gras en/of rustgewassen mogen zijn. Jaarlijks ontvangt een bedrijf, volgens het voorstel, een vergoeding van € 1.000 tot € 2.500 per hectare voor de ‘maatschappelijke diensten’ indien aan deze norm wordt voldaan. Tot 2034 kunnen bedrijven in ML-gebieden kiezen aan welke GVE-norm ze ‘willen’ voldoen. Indien voor de graslandnorm wordt gekozen, zoals die ook geldt in AHS gebieden, is er geen recht op vergoeding. De vergoeding geldt daarom tot 2034 alleen voor de bedrijven die voldoen aan de ML-norm.
In het wetsvoorstel wordt ook de mestafzet beperkt. Nederland wordt ingedeeld in drie vervoersregio’s: noord (Groningen, Friesland en Drenthe), midden (Overijssel, Gelderland, Flevoland, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland excl. Goeree-Overflakkee) en zuid (Noord-Brabant, Limburg, Zeeland en Goeree-Overflakkee). Binnen een regio mag mest ongeacht de afstand worden vervoerd. Afvoer buiten de regio wordt beperkt tot maximaal 100 km. Hiermee beogen de initiatiefnemers een betere balans tussen productie en gebruik van mest. De voorstellen gelden voor alle sectoren. Echter er wordt vanuit gegaan dat mest geproduceerd door de intensieve sectoren (grotendeels) wordt verwerkt.
Het voorstel dat nu ter consultatie ligt is nog niet definitief. De consultatie is open t/m 29 september 2025. Na de consultatie worden de reacties beoordeeld en het wetsvoorstel waar nodig aangepast en definitief gemaakt. Daarna zal het definitieve voorstel worden ingediend voor inhoudelijke behandeling door de Tweede kamer. Als het voorstel uiteindelijk door de Tweede kamer zou worden aangenomen zal het vervolgens door de Eerste Kamer moeten worden behandeld en worden aangenomen of verworpen. Op welke termijn en in hoeverre (alle maatregelen uit) het voorstel wordt aangenomen is uiteraard de vraag. Dit zal naar verwachting ook worden beïnvloed door de aankomende verkiezingen. De voorstellen zijn wel in lijn met eerdere ideeën.