Bedrijven met maximaal 30 ha landbouwgrond zijn ‘vrijgesteld’ van controle en sanctie op GLMC 7 ‘Gewasrotatie op bouwland’. Hiermee lijkt de kans op een sanctie bij een overtreding nihil. Wel moeten bedrijven op zand- en lössgrond blijven voldoen aan de rustgewasverplichting vanuit ‘mest’.
Door een versoepeling van het GLB, vastgelegd in de verordening 2025/2649, zijn bedrijven met maximaal 30 ha landbouwareaal vrijgesteld van controle van GLMC 7. Ondanks dat in de EU-verordening alleen een ‘vrijstelling van controle’ is opgenomen, wordt in de Kamerbrief aangeven dat, naast de vrijstelling van controles, er ook een vrijstelling is van sancties.
RVO geeft ook aan dat de vrijstelling voor GLMC 7 geldt voor controles én sancties. De rustgewasverplichting blijft vanuit de nationale wetgeving (mest) bestaan. Bij niet voldoen kan een boete vanuit ‘mest’ volgen, maar naar verwachting volgt geen GLB-sanctie.
Al langer geldt een vergelijkbare ‘vrijstelling’ op de conditionaliteiten voor bedrijven met maximaal 10 ha landbouwareaal. Op de site van RVO staat dat deze bedrijven zijn vrijgesteld van controles en sancties, maar formeel moeten blijven voldoen. Dit laatste is logisch omdat bijna alle conditionaliteiten ook verplichtingen vanuit andere wet- en regelgevingen zijn.
Aangezien in de EU-verordening alleen een ‘vrijstelling op controle’ van GLMC 7 is opgenomen, zou formeel, bij constatering dat niet aan GLMC 7 is voldaan, alsnog een sanctie kunnen volgen. Echter dit is niet de verwachting.
Indien het bedrijf toch een sanctie krijgt, bedraagt dit standaard 3%. Deze korting kan, afhankelijk van de ernst, de omvang en de duur van de overtreding, worden verlaagd naar minimaal 1% of verhoogd naar maximaal 10%.
Bedrijven met maximaal 30 ha landbouwareaal worden niet meer gericht gecontroleerd op GLMC 7. Naar verwachting zullen deze bedrijven ook geen sanctie ontvangen wanneer niet aan GLMC 7 wordt voldaan.