Vanaf dit jaar gelden enkele wijzigingen t.a.v. de conditionaliteiten, waaronder (kleine) wijzigingen binnen enkele GLMC’s. Biologische bedrijven en bedrijven in omschakeling zijn, met terugwerkende kracht vanaf 2025, vrijgesteld voor de meeste GLMC’s. Daarnaast is voor de eco-activiteit ‘Grasklaver’ de periode waarin het perceel bedekt moet zijn opgeschoven en verkort.
Onlangs is een wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 (GLB-regeling) gepubliceerd. De meeste wijzigingen gelden vanaf 1 januari 2026. De vrijstelling voor biologische bedrijven en bedrijven in omschakeling t.a.v. diverse GLMC’s geldt vanaf 1 januari 2025.
De wijzigingen gelden naast de eerder doorgevoerde wijzigingen van de GLB-regeling.
Bij de eco-activiteit ‘Grasklaver’ geldt o.a. de voorwaarde dat het perceel gedurende een bepaalde periode zichtbaar bedekt moet zijn met minimaal 25% gras en minimaal 25% klaver. De periode waarin deze bedekking moet plaatsvinden is van 1 juni t/m 31 juli (was 1 april t/m 30 juni).
Binnen de conditionaliteiten zijn enkele (kleine) wijzigingen doorgevoerd t.a.v. de GLMC’s en de randvoorwaarden (RBE’s). Daarnaast geldt een vrijstelling voor biologische bedrijven (incl. bedrijven in omschakeling).
Voor het onderdeel GLMC’s zijn onderstaande wijzigingen doorgevoerd. Zie voor alle GLMC’s Bijlage 4 van de GLB-regeling
Binnen GLMC 1 geldt de nationale eis dat het aandeel blijvend grasland niet meer dan een bepaald percentage mag afnemen t.o.v. het referentiejaar 2018. Het percentage is verruimd van 5% naar maximaal 10% afname.
De definitie van blijvend grasland wijzigt niet. Dit betekent dat gras ‘blijvend grasland’ wordt als minimaal vijf aaneengesloten jaren geen ander gewas dan gras is geteeld.
Op Europees niveau is afgelopen jaar via een EU-verordening vastgelegd dat lidstaten kunnen kiezen om dit aan te passen naar zeven jaar (zie pag. 50: wijziging van art. 4 van de EU-verordening 2115/2021). Deze mogelijkheid is echter (nog) niet doorgevoerd in Nederland.
Op veengrond mag blijvend grasland niet worden omgezet naar bouwland. Hiervoor geldt nu een uitzondering: omzetting naar natte teelt is wel toegestaan.
Het ploegen van grasland op veengrond blijft toegestaan voor graslandvernieuwing (herinzaai).
Voor bepaalde percelen in enkele gebieden van de provincie Limburg gelden diverse beperkingen. Zo mochten land- en tuinbouwpercelen met een hellingspercentage vanaf 18% uitsluitend als grasland worden gebruikt. Op deze percelen is het nu ook toegestaan ‘gras gecombineerd met wijndruiven’ te telen.
De verplichting om op zand- en lössgrond een vanggewas te telen na de teelt van mais is niet meer opgenomen als onderdeel van GLMC 6. Als niet wordt voldaan aan deze verplichting kan dit daarom vanaf 2026 niet meer leiden tot een korting op GLB-subsidies. De verplichting blijft gelden vanuit de mestwetgeving. Uiteraard blijft sanctionering vanuit ‘mest’ ook mogelijk.
Op het ploeg- of omzettingsverbod van ecologisch kwetsbaar blijvend grasland zijn uitzonderingen toegevoegd: ecologisch kwetsbaar blijvend grasland mag worden omgezet naar blijvende natuur. Daarmee is ook ploegen toegestaan als dit noodzakelijk is voor de omzetting naar blijvende natuur.
Biologische bedrijven en bedrijven in omschakeling worden, vanwege de biologische productiemethode, automatisch ‘geacht te voldoen aan’ de onderstaande GLMC’s. Daarmee geldt voor deze GLMC’s vanuit het GLB een ‘vrijstelling’. De ‘vrijstellingen’ gelden ook op biologische percelen (in omschakeling) welke in gebruik zijn bij een bedrijf dat (deels) biologisch is.
GLMC 1 Instandhouding blijvend grasland.
GLMC 3 Verbod op het verbranden van stoppels.
GLMC 4 Aanleg bufferstroken langs oppervlaktewateren.
GLMC 5 Bodembewerkingsbeheer
GLMC 6 Minimale bodembedekking
GLMC 7 Gewasrotatie op bouwland
GLMC 10 Bufferstroken langs droogvallende sloten.
De bedrijven moeten uiteraard wel aan onderliggende regels voldoen als dit verplicht is vanuit andere regelgeving. Het ‘niet voldoen’ zal echter niet meer leiden tot een korting op de GLB-subsidies vanuit de GLMC’s.
Binnen de conditionaliteiten zijn ook enkele randvoorwaarden (RBE’s, zie Bijlage 3 van de GLB-regeling) aangepast. Het gaat om enkele technische aanpassingen met betrekking tot nitraat, hygiëne van levensmiddelen en dierenwelzijn. Zie voor de wijzigingen onderdeel G van de wijziging van de GLB-regeling.