Bij een melding van een overdracht van fosfaatrechten moet worden aangegeven welk deel van de overgedragen fosfaatrechten de koper in het jaar van overdracht kan benutten. Het verschil in overgedragen rechten en door de koper te benutten rechten kan de verkoper in het jaar van overdracht zelf benutten. Deze werkwijze is ook van toepassing als bij een overdracht de fosfaatrechten met 30% worden gekort. Ondanks de korting kunnen beide partijen hierdoor, in het lopende jaar, samen 100% van de fosfaatrechten benutten.
Een overdracht van fosfaatrechten wordt door de verkoper of verleaser (in het vervolg ‘verkoper’) gemeld bij RVO. Bij deze melding moet worden aangegeven hoeveel rechten de koper of leaser (in het vervolg ‘koper’) in het lopende jaar mag benutten. Dit zijn de ‘benutbare rechten’. Het verschil tussen de overgedragen rechten en de benutbare rechten mag de verkoper in het jaar van overdracht zelf nog benutten.
Voorbeeld 1 Een veehouder heeft in totaal 1.000 fosfaatrechten en stopt met zijn bedrijf. De fosfaatrechten worden verkocht. De veehouder heeft echter in het jaar van overdracht nog rundvee gehouden. Hiervoor zijn 400 fosfaatrechten nodig. De veehouder (verkoper) verkoopt al zijn rechten aan één partij (koper). Bij de melding van de overdracht wordt aangegeven dat de koper 600 van de 1.000 rechten kan benutten in het jaar van overdracht. In deze situatie kan de verkoper in het lopende jaar 400 fosfaatrechten benutten en de koper 600. De volgende jaren heeft de verkoper geen rechten meer.
Het aantal rechten dat de koper na het jaar van overdracht kan benutten, is afhankelijk van het feit of de korting (30%) bij de overdracht van toepassing is.
Met korting kan de koper na het jaar van overdracht 700 rechten benutten. Bij een overdracht zonder korting is dat de volledige 1.000 kg.
|
Het tijdstip van melden van de overdracht is niet van belang. Een bedrijf dat op 31 december rechten overneemt, kan deze rechten (eventueel na korting) nog voor datzelfde hele jaar benutten, mits de rechten niet reeds door de vervreemder zijn benut.
Bij een overdracht waar een korting van toepassing is kan de koper, ook in het jaar van overdracht, nooit meer dan 70% van de rechten benutten. Het advies is om bij de melding van een dergelijke overdracht ‘altijd’ maximaal 70% ‘benutbaar’ op te geven. De verkoper kan dan het verschil (30%) indien nodig nog eenmalig benutten. In voorbeeld 2 wordt aangegeven wat het effect is als 70% als benutbaar wordt opgegeven.
Voorbeeld 2 De veehouder uit voorbeeld 1 verkoopt zijn fosfaatrechten (1.000) en heeft zelf, in het jaar van overdracht, nog circa 200 fosfaatrechten nodig. Bij de melding van de overdracht wordt aangegeven dat de verkoper 70% van de fosfaatrechten mag benutten (700 van de 1.000 rechten). In deze situatie kan de koper 700 rechten benutten. De verkoper kan in het jaar van overdracht 300 fosfaatrechten benutten. In het lopende jaar kunnen beide partijen hierdoor samen 1.000 rechten benutten. Door deze manier van melden heeft de verkoper, in het jaar van overdracht, de mogelijkheid om toch iets meer rundvee te houden (tot max. 300 kg) zonder dat dit ten koste gaat van het aantal dieren dat de koper kan houden.
|
Bovenstaande is alleen van belang als de verkoper in het jaar van overdracht daadwerkelijk rundvee houdt waarvoor fosfaatrechten nodig zijn. Ook wanneer dit nog niet zeker is, is het advies om deze mogelijkheid te benutten. De verkoper behoudt dan immers de mogelijkheid en de koper heeft er geen nadeel bij.
Het is niet mogelijk om de ‘nog te benutten fosfaatrechten’ (verschil tussen overgedragen rechten en benutbare rechten) tijdelijk over te dragen (verleasen) naar een andere partij. De rechten zijn immers al overgedragen en zijn alleen in het jaar van overdracht door de verkoper zelf te benutten.
Ook bij verkoop aan meerdere partijen, waarbij steeds een korting van toepassing is, kan in het lopende jaar de verkoper per partij 30% van de overgedragen rechten zelf benutten. De koper heeft hier geen nadeel van. Deze kan immers toch maximaal 70% van de overgedragen rechten benutten. Het is dan echter van belang dat bij iedere overdracht gemeld wordt dat maximaal 70% van de over te dragen rechten benutbaar is.
Ook bij (ver)leasen van rechten, waarbij de korting wordt toegepast, is het mogelijk dat in het jaar van overdracht 100% van de rechten benut worden. Dit geldt alleen bij de ‘heenlease’ omdat bij de ‘teruglease’ de korting van 30% immers niet wordt toegepast. Dan worden er 0% benutbare rechten overgedragen.
Door bij verlease ook een lagere benutbaarheid op te geven, kunnen meer fosfaatrechten worden verleasd. Zie voorbeeld 3.
Voorbeeld 3 Stel een veehouder heeft in totaal 5.000 rechten en heeft er dit jaar zelf 4.000 nodig. Hij heeft dus 1.000 rechten ‘over’.
Deze veehouder kan ervoor kiezen om 1.000 rechten met 100% benutbaarheid te verleasen. Als er sprake is van korting kan de leaser hiervan 700 rechten benutten. Per saldo zal de leaser de leaseprijs betalen voor 700 rechten.
De veehouder kan ook er ook voor kiezen om 1.428 rechten te verleasen waarvan de leaser 70%, dus 1.000 rechten kan benutten. De veehouder kan per saldo toch 4.000 rechten benutten, maar kan wel netto 300 rechten meer verleasen.
|
Uit voorbeeld 3 volgt dat door het juist benoemen van de benutbaarheid van de rechten bij verlease er meer rechten verleasd kunnen worden. Echter doordat er meer rechten worden verleasd zullen er ook meer rechten worden gekort. Per saldo zal de veehouder uit voorbeeld 3 minder rechten overhouden (zie voorbeeld 4). Belangrijk is om te bepalen of de meeropbrengst van het verleasen opweegt tegen dit verlies.
Voorbeeld 4 Als de veehouder uit voorbeeld 3 1.000 rechten verleasd worden deze met 300 rechten gekort. Na de teruglease heeft deze veehouder nog 4.700 rechten over. Als de veehouder 1.428 rechten verleasd volgt een korting van 428 rechten. Per saldo blijven er dan 4.572 over.
De vraag is dan of over de extra leaseopbrengsten van 300 rechten het permanente verlies van 128 rechten voldoende compenseert.
|