Derogatievoorwaarden 2025

Header Bulkwagen algemeen - Klantenservice ForFarmers Dealers

Bedrijven met een derogatievergunning kunnen, onder voorwaarden, een hogere dierlijke stikstofgebruiksnorm toepassen. De hogere stikstofnorm geldt alleen voor graasdierenmest. De hoogte van de derogatienorm en de voorwaarden zijn afhankelijk van de grondsoort en de ligging van het perceel. In sommige gebieden is de derogatienorm nooit van toepassing.


Hogere stikstofgebruiksnorm

De volgende stikstofgebruiksnormen (dierlijk) gelden voor graasdierenmest op bedrijven die gebruik maken van de derogatie:

  • 190 kg N per ha in met ‘nutriënten verontreinigde gebieden’.
  • 200 kg N per ha in de overige gebieden.

‘Nutriënten verontreinigde gebieden’ (NV-gebieden)

In 2025 zijn de volgende gebieden als NV-gebied aangewezen:

  • Alle zand- en lössgronden in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg.
  • Diverse gebieden door heel Nederland met verschillende grondsoorten.

De NV-gebieden zijn te vinden in ‘Mijn percelen’.

Staldierenmest wel toegestaan, lagere norm

De derogatienorm is alleen van toepassing voor graasdierenmest. Het gebruik van, op het bedrijf geproduceerde of aangevoerde, staldierenmest is op derogatiebedrijven wel toegestaan, maar voor de benodigde oppervlakte geldt de standaardnorm van 170 kg N dierlijke mest per ha.

Niet voor natuurgrond

Op natuurgronden (percelen met de hoofdfunctie natuur) gelden vanuit de Meststoffenwet geen gebruiksnormen. Om deze reden tellen deze percelen niet mee voor de derogatienorm. De percelen tellen ook niet mee voor de 80% graslandeis en hoeven niet bemonsterd te worden.

Landbouwgrond moet ‘beschikbaar’ zijn voor meststoffen

De derogatienorm is alleen van toepassing als de landbouwgrond beschikbaar is ‘voor het op of in de bodem brengen van meststoffen’.

Landbouwgrond waarop zowel beweiding en bemesting niet zijn toegestaan tellen niet mee voor derogatie. Hieronder vallen ook bufferstroken. Deze percelen tellen ook niet mee voor de 80% graslandeis en hoeven niet bemonsterd te worden.

Geen derogatienorm

De hogere derogatienormen (190 kg N/200 kg N) zijn niet van toepassing op percelen in de onderstaande gebieden:

  • Natura 2000-gebieden.
  • Een zone van 100 meter rondom Natura 2000-gebieden (derogatie vrije zone).
  • Grondwaterbeschermingsgebieden.

Beoordeling o.b.v. topografisch perceel

Een perceel ligt in bovengenoemd gebied wanneer 50% of meer van het topografische perceel in het gebied ligt.

Kaartlaag RVO

RVO heeft in ‘Mijn percelen’ kaartlagen waarop te zien is of een perceel in één van bovengenoemde gebieden is gelegen.

Wel voldoen aan de voorwaarden

Een derogatiebedrijf met percelen in een Natura-2000 gebied, derogatie vrije zone en/of een grondwaterbeschermingsgebied moet op deze percelen wel voldoen aan de derogatievoorwaarden, zoals o.a. het nemen van een grondmonster. Ook tellen deze percelen mee voor de 80% graslandeis.

Voorwaarden

Voor 2025 gelden de volgende voorwaarden voor derogatiebedrijven:

  • Uiterlijk 28 februari moet de derogatievergunning worden aangevraagd.
  • Uiterlijk 28 februari moet de landbouwgrond zijn bemonsterd (stikstofleverend vermogen en fosfaat).
  • Grondmonsters mogen niet ouder zijn dan 1 februari 2021 (datum monstername).
  • Grondmonsters met een monsternamedatum vanaf 1 maart 2023 mogen niet groter zijn dan 5 ha. Dit is ongeacht het monsternameprotocol.
  • Uiterlijk 28 februari moet het bemestingsplan zijn opgesteld.
  • Wijzigingen moeten na uiterlijk 7 dagen zijn verwerkt.
  • Uiterlijk 31 januari 2025 dient het bedrijf de ‘Aanvullende gegevens’ over 2024 in bij RVO.
  • Fosfaatkunstmest mag niet worden gebruikt.
  • Op minimaal 80% van de oppervlakte landbouwgrond, dat op 15 mei in gebruik is en beschikbaar isvoor ‘het op of in de bodem brengen van meststoffen’, wordt in de periode van 15 mei t/m 15 september geen ander gewas dan gras geteeld wat bestemd is om te worden gebruikt als ruwvoer.
  • De sleepvoetbemester (alleen onder voorwaarden toegestaan op klei- en veengrond) wordt alleen gebruikt bij een buitentemperatuur lager dan 20 ⁰C.
  • Een bedrijf mag niet deelnemen aan de ‘Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest’.

Aanvullende voorwaarden klei en veen

Op klei- en veengrond, in gebruik op derogatiebedrijven, gelden aanvullende voorwaarden. Deze zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die algemeen al op zand- en lössgrond gelden. Sommige aanvullende voorwaarden gelden alleen voor klei- en veengrond gelegen in een NV-gebied.

Korting stikstoftotaalnorm na vernietigen of vernieuwen grasland (alle klei en veen)

De stikstoftotaalnorm wordt gekort met:

  • 65 kg/ ha indien na graslandvernietiging maïs wordt geteeld.
  • 50 kg/ ha indien graslandvernieuwing plaatsvindt op of na 1 juni.

Graslandvernietigingsmonster meestal verplicht

Om stikstofbemesting te mogen toepassen is een graslandvernietigingsmonster verplicht om de stikstofbehoefte aan te tonen, tenzij de 65 kg korting bij de teelt van mais van toepassing is dan is stikstofbemesting ‘altijd’ toegestaan.

Uitzonderingen korting

Bovenstaande korting van 65 kg/ha bij mais is niet van toepassing indien:

  • Het grasland dat vernietigd is een verplicht vanggewas na mais betrof.
  • Het vernietigde grasland werd geteeld als niet vlinderbloemige groenbemester.

In bovenstaande gevallen is een graslandvernietigingsmonster (voor stikstofbemesting) wel verplicht om, indien stikstofbehoefte is aangetoond, stikstof te mogen bemesten.

Aanvullende voorwaarden graslandvernietiging (ook voor graslandvernieuwing) in NV-gebied

Indien grasland wordt vernietigd op percelen klei- en veengrond in een NV-gebied op derogatiebedrijven:

  • Van 1 februari t/m 10 mei moet aansluitend een aangewezen stikstofbehoeftig gewas worden geteeld.
  • Van 11 mei t/m 20 juni moet aansluitend een gewas geteeld, dit mogen alle gewassen zijn.
  • Van 21 juni t/m 31 augustus moet gras worden heringezaaid (graslandvernieuwing).

Melden graslandvernieuwing

Indien grasland wordt vernieuwd in de periode van 1 juni t/m 31 augustus moet voorafgaand melding worden gedaan bij RVO.

Verplicht vanggewas na mais op klei en veen in NV-gebied

Op klei- en veengronden in een NV-gebied moeten derogatiebedrijven verplicht een vanggewas telen na de teelt van mais. Het toegestane vanggewas en de instandhoudingsperiode is afhankelijk van het inzaaimoment. Anders dan bij het verplichte vanggewas op zand- en lössgrond geldt geen uiterste inzaaidatum voor het vanggewas.

Direct aansluitend

Indien een vanggewas direct aansluitend op de teelt van snijmais wordt geteeld mogen de volgende gewassen worden geteeld: gras, winterrogge, bladkool, bladrammenas, wintertarwe, wintergerst, triticale of Japanse haver. Betreft het bio snijmais of een andere vorm van mais dan mag daarnaast ook spelt worden geteeld. Het vanggewas moet tenminste t/m 31 januari in stand worden gehouden.

Niet direct aansluitend, dan wintergraan

Wordt het vanggewas niet ‘direct’ aansluitend geteeld? Dan moet één van de volgende wintergranen als vanggewas worden geteeld, spelt, triticale, wintergerst, winterrogge of wintertarwe. Het gewas moet in het daaropvolgende jaar als hoofdteelt worden geteeld.

Overige wettelijke voorwaarden

Onderstaande wettelijke voorwaarden zijn voor alle bedrijven van toepassing (ook zonder derogatie). Deze voorwaarden zijn echter ook expliciet als derogatievoorwaarde genoemd. Daardoor kan een overtreding ook leiden tot intrekking van de derogatievergunning. Het betreft:

  • Het stelsel van gebruiksnormen, incl. bepaling mestproductie, aan- en afvoer mest, mestvoorraden enz.
  • De eisen omtrent:
    • Graslandvernietiging.
    • Emissiearm aanwenden van dierlijke mest en zuiveringsslib.
    • Verplicht vanggewas na mais.
  • De administratieve verplichtingen uit de ‘Meststoffenwet’.

Kosten

Aan het afgeven van de derogatievergunning zijn € 50 leges verbonden. Daarnaast worden ‘kosten die samenhangen met monitoringswerkzaamheden’ in rekening gebracht. De hoogte hiervan zijn afhankelijk van het areaal. Deze starten op € 17,40 voor de eerste 5 ha, per 5 ha komt daar € 34,80 bij.

Overdracht vergunning

De derogatievergunning kan worden overgedragen bij:

  • Een volledige bedrijfsoverdracht.
  • Een samenvoeging van derogatiebedrijven naar een nieuw bedrijf.
  • Een bedrijfssplitsing naar nieuwe bedrijven.
  • Een afsplitsing. De derogatie blijft bij het oorspronkelijke bedrijf en kan worden overgedragen naar het afgesplitste bedrijf.
  • Erfopvolging.

Na de overdracht moet de overnemer blijven voldoen aan de derogatievoorwaarden.

Intrekken derogatie

Indien niet aan alle voorwaarden wordt voldaan kan de derogatievergunning worden ingetrokken. In het jaar dat de derogatievergunning is ingetrokken moet het bedrijf de reguliere gebruiksnorm van 170 kg N per ha toepassen.

Indien RVO de derogatie intrekt kan in het daaropvolgende kalenderjaar geen derogatie meer worden aangevraagd.

Intrekken uiterlijk 15 mei

Trekt het landbouwbedrijf de derogatie zelf in op uiterlijk 15 mei van het aanvraagjaar? Dan worden ‘kosten die samenhangen met monitoringswerkzaamheden’ niet in rekening gebracht.

Select a website and language