Voor de ‘Beslissing uitbetalen GLB-subsidie(s) 2024’ heeft RVO bij diverse bedrijven geconstateerd dat (delen van) percelen onterecht zijn opgegeven, vanwege het ontbreken van de schriftelijke toestemming van de eigenaar. Als deze situatie is geconstateerd dan heeft het bedrijf een waarschuwing of een korting gekregen. Het is van belang om goed na te gaan voor welke (delen van) percelen dit, volgens RVO, geldt en of de waarschuwing of korting terecht is opgelegd.
Een bedrijf ontvangt geen basis- en ecopremie voor (delen van) percelen of landschapselementen waarvoor geen schriftelijke toestemming van de eigenaar overlegd kan worden. Daarnaast kan het bedrijf een waarschuwing of korting krijgen.
In de ‘Beslissing uitbetalen GLB-subsidie(s) 2024’ kan sprake zijn van een waarschuwing of een sanctie (korting). In dit kader wordt een waarschuwing gegeven als voor de eerste keer geconstateerd wordt dat het bedrijf voor een deel van één of meer percelen geen schriftelijke toestemming heeft.
Het is van belang om goed na te gaan of de waarschuwing of korting terecht is opgelegd.
Het opleggen van een waarschuwing in de beslissing GLB 2024 heeft geen financiële gevolgen voor de uitbetaling 2024. Echter als in 2025 of 2026 opnieuw dezelfde niet-naleving wordt geconstateerd (herhaling) volgt direct een korting van 5%. Ook als het slechts een klein deel van één (ander) perceel betreft. Bij een volgende herhaling is de korting 10%. Ook bij een waarschuwing is het dus belangrijk om na te gaan of deze terecht is opgelegd.
Voordat RVO om bovengenoemde reden een waarschuwing oplegt, zal RVO moeten informeren naar de schriftelijke toestemming. Deze schriftelijke toestemming van de eigenaar hoeft pas op verzoek van RVO gegeven te worden. Het is dus niet noodzakelijk om deze toestemming op het moment van de GLB-aanvraag reeds op schrift te hebben. Van belang is om na te gaan of RVO om deze schriftelijke toestemming heeft gevraagd en of deze (alsnog) verkregen kan worden.
Een waarschuwing kan alleen vervallen als voor alle betreffende percelen een schriftelijke toestemming van de eigenaar overlegd kan worden. Lukt dat bij tenminste één (deel van een) perceel niet, dan blijft de waarschuwing staan.
Bij een constatering dat het bedrijf van een geheel perceel geen schriftelijke toestemming heeft volgt direct een korting van 10%. Bij herhaling is de korting 20%.
Ook voor bij het opleggen van een korting moet RVO vooraf hebben gevraagd om een schriftelijke toestemming van de eigenaar te overleggen. Ook hier is van belang om na te gaan of RVO om deze schriftelijke toestemming heeft gevraagd en of deze (alsnog) verkregen kan worden.
RVO geeft aan dat deze korting alleen direct bij een eerste constatering wordt opgelegd als voor een geheel topografisch perceel de schriftelijke toestemming ontbreekt. Het is raadzaam om na te gaan of het afgekeurde (gewas)perceel daadwerkelijk een geheel topografisch perceel is of slechts een onderdeel van een topografisch perceel. Dit laatste kan spelen als bijvoorbeeld een bufferstrook als apart (gewas)perceel is opgegeven.
Als een korting onterecht is opgelegd, dan is het van belang om tijdig bezwaar in te dienen.
Dit geldt ook bij een onterechte waarschuwing, ook al heeft een waarschuwing voor het betreffende jaar geen gevolgen. Immers bij een geconstateerde (kleine) afwijking van dezelfde soort niet-naleving in 2025 en/of 2026, is er sprake van ‘herhaling’ en volgt dan wel direct een korting.
Uit de praktijk blijkt dat RVO ook bij zeer kleine afwijkingen (soms < 0,010 ha) een waarschuwing of boete oplegt. De financiële gevolgen kunnen hierdoor onevenredig hoog zijn. Dit argument kan ook in een bezwaar worden meegenomen.
Het controleren van de beslissing, op bovenstaande punten, vergt enig ‘puzzelwerk’. Vanuit de beslissing is, mede vanwege de algemene teksten en gebruikte afkortingen, vaak niet direct helder voor welke percelen een waarschuwing of korting geldt. De controle vergt daardoor de nodige aandacht.