Om een perceel voor het GLB mee te kunnen tellen is toestemming van de eigenaar noodzakelijk. Deze toestemming moet bij controle schriftelijk bevestigd kunnen worden. Dit geldt voor gehele percelen, maar ook voor gedeelten hiervan. Bij controle gaat RVO uit van de kadastrale grenzen. Deze kunnen afwijken van de (topografische) grenzen die in ‘Mijn percelen’ en de Gecombineerde opgave worden gebruikt. Naast situaties van bijvoorbeeld onderpacht is dit van belang bij situaties waarbij de perceelsgrenzen afwijken van de kadastrale grenzen.
Voor het GLB mag een perceel alleen worden opgegeven als er, naast o.a. het ‘feitelijke gebruik’, toestemming is van de eigenaar van het perceel die, op verzoek, schriftelijk wordt bevestigd. Bij controle kan RVO vragen om deze schriftelijke bevestiging.
Bij de opgave van percelen in de GO worden veelal de topografische grenzen aangehouden. Deze grens is zeker niet altijd gelijk aan de kadastrale grens. Dit speelt vaak bij bermen, schouwpaden en sloten.
RVO heeft aangegeven dat bij controle o.a. gekeken wordt naar de kadastrale grenzen van een opgegeven perceel. Wanneer delen van het perceel buiten de kadastrale eigendomsgrens vallen zal RVO vragen naar de benodigde schriftelijke toestemming.
Let op bij ‘stukjes’ grond van overheid
In de praktijk worden soms al jaren smalle stroken van bijvoorbeeld ‘overheden’ (bijvoorbeeld delen van bermen of schouwpaden) opgegeven. Vaak is hiervoor geen formele toestemming maar wordt dit al jaren gedoogd en is dit ook geen probleem. Echter de kans is aanwezig dat betreffende overheden, op verzoek, geen ‘toestemming op papier’ geven. Dat kan tot problemen leiden als RVO vraagt om deze schriftelijke bevestiging van de toestemming. Wordt deze niet verkregen dan zal RVO concluderen dat dit deel van het perceel ten onrechte voor subsidie is opgegeven.
Heeft het bedrijf geen toestemming van de eigenaar of wil de eigenaar deze toestemming niet schriftelijk bevestigen? Dan is het advies om het ‘eigen’ perceel op de kadastrale grens af te knippen en het overige deel niet in te tekenen.
Indien RVO constateert dat een deel van een perceel ten onrechte is opgegeven volgt allereerst een waarschuwing. Wordt in een opvolgend jaar dezelfde soort overtreding geconstateerd dan worden de GLB-subsidies van het bedrijf met 5% gekort. Bij een tweede of derde herhaling is de korting 10% van de totale GLB-subsidies. Bij het ten onrechte opgeven van een geheel perceel volgt direct een korting.
Deel perceel telt niet meer mee
In alle gevallen telt het deel van een perceel dat ten onrechte is opgegeven niet mee in de berekening voor de GLB-subsidies.