Beleidsregel Noord-Brabant: intrekken latente stikstofruimte

De provincie Noord-Brabant heeft een beleidsregel gepubliceerd waarmee latente stikstofruimte van veehouderijbedrijven actief ingetrokken kan worden. Het gaat om latente stikstofruimte die is ontstaan doordat vergunde veehouderijactiviteiten drie jaar of langer niet zijn benut. Het (deels) intrekken van een natuurvergunning start vanaf 1 juli 2026.

Beleidsregel omgevingsrecht

Met een wijziging van de ‘Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant’ is geregeld dat de provincie Noord-Brabant, vanaf 1 juli 2026, stikstofruimte kan intrekken bij veehouderijen die een natuurtoestemming (deels) niet benutten. Het gaat hierbij om het intrekken van latente ruimte.

Definitie ‘natuurtoestemming’

Volgens deze beleidsregel valt onder een natuurtoestemming:

  • Een onherroepelijke natuurvergunning.
  • Een omgevingsvergunning ‘milieu’ of een melding ‘milieubelastende activiteiten’.
  • Activiteiten waarvoor geen natuurvergunning nodig is (of was), bijvoorbeeld omdat de activiteit: Is begonnen voordat een natuurvergunningsplicht gold. Geen significant negatieve gevolgen heeft (of had) voor Natura 2000-gebieden.

Latente ruimte veehouderijen

In dit kader is er sprake van latente ruimte als:

  • Op een locatie tenminste drie aaneengesloten jaren geen landbouwhuisdieren bedrijfsmatig zijn gehouden.
  • Een vergunde stal niet binnen drie jaar is gebouwd. De termijn geldt vanaf het moment dat de natuurvergunning onherroepelijk is geworden.

Deel intrekken natuurtoestemming

In de situatie dat latente ruimte wordt ingetrokken omdat een vergunde stal niet is gebouwd, wordt de natuurtoestemming deels ingetrokken.

Prioritering op basis van stikstofdepositie

De provincie geeft de hoogste prioriteit aan het beperken van latente ruimte bij veehouderijen die, als deze de ruimte zouden (her)gebruiken, de hoogste stikstofemissie zouden veroorzaken. 

Restemissie voor andere activiteiten

Landbouwbedrijven, waarbij intrekking van de natuurtoestemming aan de orde is omdat op een locatie bedrijfsmatig geen landbouwhuisdieren zijn gehouden, kunnen een nieuwe natuurvergunning krijgen op basis van een restemissie. De restemissie is maximaal 15% van de toegestane stikstofemissie en moet gebruikt worden voor andere activiteiten dan het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren. 

Beoordeling provincie 

De provincie beoordeelt of een restemissie wordt toegekend. Het betreffende bedrijf moet hiervoor bij de provincie een verzoek indienen en, binnen drie maanden na het ontvangen van de schriftelijke mededeling (zie ‘Procedure’), een aanvraag voor een natuurvergunning indienen.

Ook als andere activiteiten al zijn opgestart

De restemissie kan ook worden toegekend aan bedrijven die al gestopt zijn met het houden van landbouwhuisdieren en inmiddels andere activiteiten zijn begonnen.

Procedure

Als de provincie voornemens is om bij een bedrijf de latente ruimte in te trekken, krijgt het bedrijf eerst een schriftelijke mededeling waarmee het bedrijf in kennis wordt gesteld. Het bedrijf krijgt vervolgens de gelegenheid om een zienswijze in te dienen of actuele informatie aan te leveren over het gebruik van de vergunning of de vergunde stal.

Binnen zes maanden na het versturen van de schriftelijke mededeling legt de provincie een ontwerpbesluit ter inzage. Na de inzagetermijn wordt een definitief besluit genomen. 

Eerst overleg met gemeente

Voordat een ontwerpbesluit wordt genomen gaat de provincie in overleg met de gemeente. Dit om de voorgenomen intrekking af te stemmen met eventuele ruimtelijke ontwikkelingen of gemeentelijke beleidsdoelen op de betreffende locatie.

Achterliggende regelgeving intrekken natuurvergunning

De beleidsregel van Noord-Brabant staat niet op zichzelf. In de ‘Omgevingswet’ is immers geregeld dat een omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als activiteiten gedurende een bepaalde termijn niet worden gebruikt (zie art. 5.40 lid 2b van de ‘Omgevingswet’). Zie voor meer informatie de site van Informatiepunt Leefomgeving.

Maatwerkregel Noord-Brabant

In de Omgevingsverordening Noord-Brabant is de ‘Maatwerkregel Tijdelijk handelingsverbod veehouderij’ opgenomen (zie art. 3.103). Deze ‘maatwerkregel’ bepaalt dat het, in de periode van 1 juli 2026 t/m 31 december 2031, verboden is om in een stal dieren te gaan houden als (kort gezegd):

  • Op de locatie drie jaar of langer geen landbouwhuisdieren zijn gehouden.
  • De vergunde stal niet binnen drie jaar na vergunningverlening (natuurvergunning) in gebruik is genomen.

In vervolg op deze ‘maatwerkregel’ is de beleidsregel, t.a.v. het intrekken van de latente ruimte, in werking getreden.

Soms ‘moet’ een natuurvergunning worden ingetrokken

Een natuurvergunning moet (deels) worden ingetrokken als een activiteit nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied én deze nadelige gevolgen niet zijn te voorkomen met andere maatregelen (zie art. 8.103 lid 1 van het ‘Besluit kwaliteit leefomgeving’). 

Deze regel is in de beleidsregel van Noord-Brabant nu niet aan de orde.

Actief intrekken latente ruimte ook in ander provincie(s)

Het (deels) kunnen intrekken van een omgevingsvergunning, vanwege latente ruimte, is geregeld in de ‘Omgevingswet’ en kan dus landelijk worden toegepast. Het is daardoor mogelijk dat ook andere provincies gebruik gaan maken van de mogelijkheid om latente ruimte in te trekken. 

De provincie Gelderland is hiervoor inmiddels beleid aan het ontwikkelen. Zie hoofdstuk 5 ‘Informatie’ van de StatenbriefVersnellingsaanpak Stikstof: Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving’.

 

 

Select a website and language