Met het vervallen van de derogatie is ook de verplichting voor het nemen van grondmonsters vervallen. Vanaf dit jaar zijn grondmonsters alleen noodzakelijk voor de fosfaatdifferentiatie. Op bedrijven met een behoorlijk aandeel grasland is stikstof vaak de meest beperkende factor. Extra fosfaatruimte is dan niet noodzakelijk. Echter extra fosfaatruimte heeft ook invloed op de hoogte van de mestverwerkingsplicht en forfaitaire mestafvoer. Tevens kan de fosfaatruimte in de toekomst een rol spelen.
De plaatsingsruimte van fosfaat wordt bepaald aan de hand van de fosfaattoestand. Een afwijkende fosfaattoestand moet worden aangetoond met een grondmonster. Door de extra fosfaatruimte is er extra mestplaatsingsruimte. Dit heeft een positieve invloed op de mestverwerkingsplicht. Daarnaast kan een bedrijf door de extra fosfaatruimte soms net wel voldoende mest plaatsen om aan de voorwaarden van boer-boertransport te voldoen. Bij het afvoeren van mest via de Vogelaarvariant zorgt extra plaatsingsruimte voor meer ruimte voor een dergelijke afvoer.
In het verleden heeft de fosfaatruimte invloed gehad bij de toekenning van de melkveefosfaatreferentie (MFR) en de fosfaatrechten. Opvallend is de tegenstrijdigheid, voor de generieke korting van de fosfaatrechten was een grotere plaatsingsruimte gunstig terwijl bij de vaststelling van de MFR een kleine plaatsingsruimte gunstig was.
De vraag is natuurlijk of een grotere fosfaatruimte in 2026 een positief effect heeft op maatregelen die in de toekomst genomen zullen worden. Feitelijk is daar op dit moment niets van te zeggen. Het enige dat op dit moment wettelijk is geregeld is dat de fosfaatruimte een rol kan spelen in een eventuele generieke afroming van fosfaatrechten.
Er zijn op dit moment geen signalen dat een korting aanstaande is. Echter indien het sectorale plafond en het nationale plafond definitief worden overschreden kan een afroming uitgevoerd worden. In artikel 33Ab van de Meststoffenwet is deze mogelijkheid opgenomen. Hierbij moet dan rekening worden gehouden met de mate van grondgebondenheid. Bij varkens en pluimvee wordt in de huidige uitwerking geen rekening gehouden met de mate van grondgebondenheid.
Bedrijven die voorheen gebruik maakten van derogatie zullen voor een groot gedeelte van het areaal nog geldige monsters hebben. Op termijn zullen deze verlopen. Toch kan het verstandig zijn om de fosfaatruimte op peil te houden. Alleen bemonstering van percelen waarvoor een andere fosfaattoestand geldt dan ‘hoog’ heeft toegevoegde waarde.