Eén van de voorwaarden van de gewasrotatie-eis op bouwland (GLMC 7) is dat op ieder perceel bouwland iedere vierde jaar een ander gewas (gewascode) als hoofdteelt wordt geteeld. Vanaf 2026 kijkt RVO per perceel naar de hoofdteelten in de afgelopen drie jaar. Het is niet van belang of in voorgaande jaren een vrijstelling van toepassing was, of de grond uit gebruik was gegeven. Na bijvoorbeeld drie jaar snijmais moet in het vierde jaar altijd een ander gewas (gewascode) worden geteeld. Tenzij in dit vierde jaar een vrijstelling van toepassing is.
Binnen de conditionaliteiten gelden voor GLMC 7 een de volgende voorwaarden:
Daarnaast geldt op zand- en lössgrond dat in de periode van 2023 t/m 2026 tenminste één jaar een rustgewas moet worden geteeld. Dit is de rustgewasverplichting vanuit de ‘mestwetgeving’.
Bedrijven met ‘meer dan 75% gras’ zijn vrijgesteld. De vrijstelling geldt niet voor de rustgewasverplichting. Derogatiebedrijven zullen vanaf 2026 overwegen om het areaal grasland te verkleinen. Echter, dit heeft gevolgen voor de vrijstelling.
Voor de voorwaarde ‘op ieder perceel bouwland ieder vierde jaar een ander gewas (gewascode) als hoofdteelt’ kijkt RVO naar de hoofdteelten in de afgelopen drie jaar. Aangezien RVO niet verder terugkijkt dan de start van het huidige GLB (2023) is in de jaren 2023 t/m 2025 deze voorwaarde niet relevant. Vanaf 2026 speelt dit wel.
Bedrijven die geen vrijstelling voor GLMC 7 hebben kunnen volgens deze voorwaarden maximaal drie jaar hetzelfde gewas telen, tenzij op het bouwland een vrijgesteld gewas wordt geteeld.
Als in 2023 t/m 2025 op een perceel hetzelfde gewas is geteeld dan moet in 2026 een ander gewas (gewascode) worden geteeld. De gewascode is leidend, hierdoor kan bijvoorbeeld i.p.v. snijmais (gewascode 259) MKS (gewascode 1935) worden geteeld. Let op dat de uitgevoerde teelt en de registratie aansluiten op de daadwerkelijke situatie.
Percelen waarop gras, kruidachtige voedergewassen en aangewezen meerjarige teelten worden geteeld zijn vrijgesteld. Op deze percelen mag meer dan drie jaar hetzelfde gewas als hoofdteelt worden geteeld. Dit geldt ook voor braakpercelen.
De controle op de hoofdteelt loopt continu door. In het jaar 2026 wordt gekeken naar de jaren 2023 t/m 2025, in het jaar 2027 wordt gekeken naar de jaren 2024 t/m 2026 enzovoorts.
Deze werkwijze is anders dan bij de rustgewasverplichting op zand- en lössgrond. Bij de rustgewasverplichting moet een bedrijf op zand- en lössgrond, binnen het GLB, in de periode 2023 t/m 2026 tenminste één jaar een rustgewas telen en in de periode (waarschijnlijk) 2027 t/m 2030 tenminste eenmaal een rustgewas. Het bedrijf mag binnen deze perioden zelf kiezen in welk jaar het rustgewas wordt geteeld. Dit kan (theoretisch) bijvoorbeeld in 2023 en 2030 zijn.
Bedrijven op zand- en lössgrond kunnen de gewasrotatie-eis combineren met de rustgewasverplichting, als tenminste ieder vierde jaar een rustgewas wordt geteeld als hoofdteelt.
Indien een bedrijf niet is vrijgesteld wordt per perceel beoordeeld of aan de voorwaarden wordt voldaan. Per perceel wordt beoordeeld of in de afgelopen drie jaren een andere hoofdteelt is opgegeven (tenzij de hoofdteelt/ het perceel is vrijgesteld). Het is niet van belang wie de gebruiker van het perceel in de voorgaande jaren was, het maakt ook niet uit of het perceel in gebruik was bij een vrijgesteld bedrijf.