Mede door de slechte financiële situatie van veel schapenhouders dreigt de omvang van de schapensector verder af te nemen. Dit is om verschillende redenen een ongewenste situatie. Om de schapensector voor de lange termijn te behouden heeft minister Wiersma het ‘Actieplan Schaap’ opgesteld. Dit actieplan gaat in op de beloning voor publieke diensten, het vergoten van de markt voor duurzame producten van de schapensector en het tijdelijk schrappen van I&R-heffingen.
In een Kamerbrief gaat de minister in op de situatie in de schapensector. De reactie van de minister is o.a. gebaseerd op een onderzoek van Connecting Agri & Food (zie voor dit onderzoek het Rapport Economische draagkracht schapensector).
Het rapport concludeert dat de schapensector beperkt economische draagkracht heeft. Door het gemiddeld zeer lage inkomen van schapenhouders uit hun bedrijf neemt het aantal schapen verder af. Hierbij spelen de afname van beschikbare grond en de gevolgen van de opkomst van de wolf een grote rol. De blauwtonguitbraken hebben grote gevolgen gehad voor individuele schapenhouders, maar voor de lange termijn zullen de gevolgen naar verwachting beperkt zijn.
Een verdere afname van de schapensector is ongewenst vanwege de belangrijke publieke waarde van de schapenhouderij, o.a. door de waardevolle rol in natuur- en landschapsbeheer. Daarnaast draagt de sector bij aan de wol- en voedselproductie.
Volgens de minister is er ‘geen simpele oplossing om de negatieve trend te keren’. Met een veelal langetermijnaanpak, gericht op verschillende factoren, wil de minister het verdienmodel van de schapenhouder verbeteren. Hiervoor is het ‘Actieplan Schaap’ opgesteld. Volgens de Kamerbrief pakt de minister met dit actieplan een drietal onderdelen op.
De schapensector levert publieke diensten in het kader van natuur- en landschapsbeheer. Van belang is dat de vergoeding hoog genoeg is om dit te kunnen doen en dat bijvoorbeeld afspraken in het pachtcontract hieraan bijdragen.
De minister wil op korte termijn een ‘aanjager’ benoemen die in overleg gaat met terreinbeherende organisaties, andere grondeigenaren, decentrale overheden en de schapensector om te verkennen welke afspraken zij over de genoemde zaken met elkaar kunnen maken.
Daarnaast wil de minister in overleg met de provincies onderzoeken welke instrumenten, zoals het GLB en het ANLb, een bijdrage kunnen leveren aan de waardering van publieke diensten die de schapensector levert.
Naast een vergoeding voor publieke diensten is het belangrijk dat vanuit de markt voldoende betaald wordt voor duurzame producten die de schapensector levert. Via de markt kan de vraag naar producten worden gestimuleerd.
De minister wil de sector ondersteunen bij de marktontwikkeling voor duurzame producten. Hiervoor wordt t/m 2027 een budget van € 275.000 beschikbaar gesteld.
Door de slechte financiële situatie in de afgelopen jaren (o.a. door de blauwtonguitbraak) dreigt voor sommige bedrijven een continuïteitsprobleem. Om hierin enigszins tegemoet te komen is besloten om de I&R-heffingen over de jaren 2024 en 2025 niet te innen voor UBN schaap en bijbehorende geboorte- en aanvoermeldingen.
Hiermee is een totaalbedrag gemoeid van circa €2,2 miljoen. Het bedrag per bedrijf is vaak relatief laag, maar de minister wil hiermee ook aangeven dat ze alle mogelijkheden wil aangrijpen om de schapensector te helpen.