Aankondiging Vestigingssteun Jonge landbouwers 2025

Header Bulkwagen algemeen - Klantenservice ForFarmers Dealers

De Vestigingssteun Jonge landbouwers wordt in 2025 opengesteld in de periode van 28 april t/m 27 juni. De regeling is nog niet gepubliceerd, maar RVO geeft aan dat deze vergelijkbaar zal zijn met de regeling van 2024. Jonge landbouwers die vanaf 1 januari 2023 met het bedrijf zijn gestart kunnen de Vestigingssteun aanvragen.

Vestigingssteun Jonge landbouwers 2025

RVO geeft op haar site aan dat de openstellingsperiode voor de ‘Subsidie voor de vestiging van jonge landbouwers’ (Vestigingssteun) van 28 april t/m 27 juni 2025 is (zie ‘Veelgestelde vragen’). De regeling wordt eind februari verwacht.

Regeling vergelijkbaar met 2024

RVO heeft medegedeeld dat de regeling vergelijkbaar zal zijn met de regeling van 2024.

Subsidiebedrag € 80.000

Voor de Vestigingssteun 2025 is het subsidiebedrag per bedrijf, net als in 2024, € 80.000.

Deelname: gevestigd vanaf 1 januari 2023

Jonge landbouwers, die op 1 januari 2023 of later een landbouwbedrijf zijn gestart of (geheel of voor een groot deel) hebben overgenomen kunnen in aanmerking komen voor de Vestigingssteun 2025. Dit geldt niet voor jonge landbouwers die de Vestigingssteun 2024 hebben aangevraagd én toegewezen hebben gekregen.

Groot deel aanvragen 2024 afgewezen.

Op de site van RVO staat dat in 2024 circa 40% van de beoordeelde aanvragen zijn afgewezen (peildatum 20 december 2024). RVO geeft als belangrijkste afwijsredenen:

  • De jonge landbouwer heeft het bedrijf niet voor meer dan 50% overgenomen.

  • De standaardverdiencapaciteit van het bedrijf is lager dan € 15.000.

  • Het bedrijf is voor 1 januari 2023 gevestigd. 
     

Meer informatie

Zie de site van RVO voor meer informatie over de Vestigingssteun 2024.

Om de extra stikstofnorm toe te mogen passen, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • Het gebruik van drijfmest op de betreffende percelen is, na toepassing van de werkingscoëfficiënt, maximaal:
    75 kg stikstof per ha per jaar op zuidelijke zandgronden en lössgronden (Limburg en Noord-Brabant).
    100 kg stikstof per ha per jaar op overige gronden.
  • De overige stikstofbemesting mag alleen in de vorm van kunstmest.
  • De betreffende percelen mogen na 1 juli niet meer met drijfmest worden bemest.

Werkingscoëfficiënt

RVO heeft schriftelijk aangegeven dat het gestelde maximum gebruik van drijfmest is gebaseerd op de hoeveelheid na het gebruik van de werkingscoëfficiënt (w.c.). Dit betekent dat het bruto gebruik van stikstof beduidend hoger ligt. Bij gebruik van aangevoerde rundveemest op kleigrond (w.c. 60%) houdt dit in, dat per ha 167 kg bruto stikstof (100/0,6), dus nagenoeg de volledige norm van 170 kg stikstof (niet derogatie), gebruikt mag worden. Bij het gebruik van varkensmest op zuidelijk zandgrond (w.c. 80%) houdt dit in, dat per ha 94 kg bruto stikstof (75/0,8) gebruikt mag worden.

Geen gebruik vaste mest

In de voorwaarden wordt een maximum gesteld aan het gebruik van drijfmest. Overige stikstofbemesting mag alleen in de vorm van kunstmest. Op basis hiervan heeft RVO schriftelijk aangegeven dat vaste mest en/of overige organische meststoffen op deze percelen in het geheel niet gebruikt mogen worden.

Voor bestaande regeling op kleigrond geen beperkingen

Voor de reeds bestaande mogelijkheid op kleigrond zijn geen beperkingen t.a.v. drijfmestgebruik opgenomen.

De bovengemiddelde opbrengst, zoals genoemd in de tabel, betreft de gemiddelde jaarlijkse opbrengst (excl. tarra) van het totale areaal van het betreffende gewas. Om gebruik te maken van één van deze regelingen moet over de drie voorafgaande jaren, elk individueel jaar, aan de gemiddelde jaaropbrengsteisen worden voldaan.

Bestaande regeling op kleigrond

De gemiddelde opbrengst van de gewassen voor de reeds bestaande mogelijkheid op kleigrond betreft alleen de opbrengst van het betreffende gewas op kleigrond.

Opbrengstbepaling

Voor de bepaling van de opbrengst tellen alleen de afgeleverde hoeveelheden mee. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

Voor wat betreft de opbrengst van suikerbieten, consumptieaardappelrassen (de rassen uit Tabel 2a van de Tabellenbrochure), wintertarwe, zomertarwe, wintergerst en zomergerst moeten de afnemers gemachtigd worden om de benodigde gegevens aan RVO te verstrekken.

Voor de overige gewassen moeten de volgende bewijsstukken aanwezig zijn:
Een schriftelijk bewijs van de hoeveelheid gewas dat aan een afnemer is geleverd. Hieronder vallen in ieder geval facturen, afleverbewijzen en historische financiële informatie.

Een samenstellingsverklaring van een accountant ‘waaruit blijkt, dat de gewasopbrengst die aan een afnemer zou zijn geleverd in overeenstemming is met het door de landbouwer verstrekte schriftelijk bewijs’.

Bedrijven die de stikstofdifferentiatie voor alle grondsoorten willen toepassen, moeten zich uiterlijk 1 juni van het betreffende jaar aanmelden. Voor bedrijven die de stikstofdifferentiatie voor kleigrond willen toepassen, is de uiterste aanmelddatum 15 mei.

In de administratie moeten de volgende zaken over de afgelopen 3 jaar worden vastgelegd:

  • De gewassen en rassen (consumptieaardappelen) die worden geteeld.
  • De oppervlakte grond met de desbetreffende gewassen en rassen.
  • De hoogte van de gewasopbrengst.
  • De gebruikte meststoffen (voor de normen op alle grondsoorten).
  • De afnemers van de desbetreffende gewassen.

Select a website and language