Als een overheidsinstantie (zoals RVO) niet tijdig een beslissing neemt op een aanvraag of bezwaar, dan kan betreffende overheidsinstantie in gebreke worden gesteld en kan een vergoeding aan de orde zijn. Als na een ‘ingebrekestelling’ niet tijdig een beslissing wordt genomen, is ook het mogelijk om beroep in te stellen tegen het uitblijven van de beslissing. Hiermee wordt de overheidsinstantie gedwongen om een besluit te nemen.
Bij het indienen van een aanvraag, bezwaar of verzoek bij een overheidsinstantie (bijv. RVO) geldt een beslistermijn. Voor de beslistermijn geldt vaak een wettelijke termijn van 6 weken.
Soms is geen (wettelijke) vastgestelde beslistermijn van toepassing. Dan geldt een ‘redelijke termijn’, deze is maximaal 8 weken. De lengte is afhankelijk van de soort beslissing en de complexiteit van een aanvraag of bezwaar.
In de meeste situaties kan de beslistermijn met 6 weken worden verlengd. De overheidsinstantie moet de belanghebbende(n) hierover informeren.
Als de (verlengde) beslistermijn is verlopen en nog geen beslissing op de aanvraag, bezwaar of verzoek is ontvangen, dan kan de betreffende instantie in gebreke worden gesteld.
Zie voor het digitaal indienen of versturen van een ingebrekestelling aan RVO de site van RVO. Voor ingebrekestelling van RVO of een andere overheidsinstantie kan ook het algemene Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen worden gebruikt.
Wanneer de overheidsinstantie twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling nog geen beslissing heeft genomen, dan heeft de aanvrager recht op een dwangsom. Daarnaast kan de aanvrager direct beroep instellen.
In geval van ingebrekestelling gaat de dwangsom automatisch lopen als de instantie niet binnen twee weken beslist. De eerste twee weken na ingebrekestelling (beslistermijn) komen niet in aanmerking voor een dwangsom.
De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van het aantal dagen overschrijding van de beslistermijn. De dwangsom geldt voor maximaal 42 dagen (max. € 1.442). In tabel 1 is een overzicht van de dwangsomopbouw opgenomen.
Tabel 1. Dwangsomopbouw
Aantal dagen na beslistermijn1 | Bedrag per dag |
|
|
Vanaf dag 1 t/m dag 14 | 23 |
Vanaf dag 15 t/m dag 28 | 35 |
Vanaf dag 29 t/m dag 42 | 45 |
1 De beslistermijn komt niet voor dwangsom in aanmerking
De instantie stelt, middels een beschikking, de hoogte van de totale dwangsom vast. Dit moet binnen twee weken na de laatste dag waarop de dwangsom van toepassing is (42e dag of eerder als inmiddels een beslissing is genomen).
Vanaf het moment dat de dwangsom gaat lopen (twee weken na de ingebrekestelling) kan er direct beroep worden ingesteld tegen het uitblijven van de beslissing. Verklaart de rechtbank het beroep gegrond, dan is de instantie verplicht om alsnog binnen twee weken te beslissen.
De rechter streeft ernaar om binnen acht weken over dit beroep beslissen. Dit gebeurt normaal gesproken zonder zitting. Vindt de rechter een zitting nodig, dan is het streven om binnen 13 weken te beslissen.
Bij het instellen van een beroep loopt de dwangsomopbouw gewoon door, tot max. 42 dagen.
Na een (verlengde) beslistermijn kan de overheidsinstantie in gebreke worden gesteld. Hierdoor ontstaat automatisch het recht op een, gemaximeerde, vergoeding en de mogelijkheid om direct beroep in te stellen. Ondanks deze middelen is een overheidsinstantie niet verplicht om te reageren voor een vastgestelde datum.
Zie voor meer informatie: