Duurzame melkgeiten door doelgerichte fokkerij - het verhaal van Ad Nelen

Ad Nelen, van Maatschap Nelen in Huijbergen, is al sinds zijn jeugd gefascineerd door fokkerij. “Mijn vader had vroeger koeien, maar hij had weinig met fokkerij. Dus ben ik me er op mijn 14e zelf in gaan verdiepen,” vertelt hij. Waar het begon met het beoordelen van koeien en het maken van stierkeuzes, is het inmiddels uitgegroeid tot een doordacht en toekomstgericht fokbeleid voor zijn geitenbedrijf met 500 melkgeiten en 120 opfok geiten.

Kennis
Geiten

Snelle stappen dankzij korte generatie-interval

Toen Ad overstapte op geiten, zag hij meteen de voordelen. “Het generatie-interval bij geiten is kort: ongeveer anderhalf jaar. Je ziet dus snel resultaat van je keuzes en kunt sneller bijsturen.” Sinds 1997 werkt hij met KI en doet hij aan melkcontrole. In eerste instantie met Franse bokken – die veel melk gaven, maar qua exterieur tekortschoot. Om productie te combineren met duurzaamheid is hij later gaan kruisen met het Alpineras. “Dat leverde ook niet de gewenste uierkwaliteit op, dus zijn we weer verder gaan ontwikkelen.”

Duurzaamheid boven piekproductie

Ad's fokdoel is helder: geen geit met een korte, heftige productie, maar juist persistente dieren die lang meegaan en constant presteren. “Ik heb liever een geit die langzaam opstart en zich doorontwikkeld, dan eentje die snel piekt en dan opgebrand is.” Zijn selectie is volledig gebaseerd op melkcontroledata. Op basis van de kilogrammen melk per dag in het levenstotaal en het eiwitpercentage in het levenstotaal, bepaalt hij welke geiten geïnsemineerd worden. Ongeveer 60 dieren gaan jaarlijks naar de KI-groep. Jonge geiten en overlopers worden door de bok gedekt.

Ad Nelen reportage 1

Gesloten veestapel, slim verdeeld

Ad heeft een gesloten bedrijf en koopt dus geen bokken aan. Toch weet hij inteelt te voorkomen door zijn geiten in zes groepen te verdelen, waarbij telkens een andere bok wordt ingezet. “Ik denk dat ik een van de weinigen in Nederland ben die het zo aanpakt,” zegt hij trots.

Selectie op eiwit loont

De bokkenselectie draait voornamelijk om uiergezondheid en eiwitgehalte. “Eiwit is in mijn ogen genetisch bepaald en dus goed te sturen via fokkerij. Vet is meer afhankelijk van voeding.” Begonnen met selecteren op 3,60% eiwit is de ondergrens van de bokmoeders inmiddels al opgehoogd naar 4,00%. En dat loont: inmiddels ligt het eiwitgehalte van zijn veestapel op 3,77%, met 4,35% vet en 1300 kg melk per jaar. Met een hele mooie persistente veestapel! De afnemers van de fokbokken zien de stijging in eiwitgehalte ook terug, het is dan ook niet zo maar dat deze afnemers jaarlijks bij Ad terugkeren.

Samenwerking als sleutel tot groei 

Jelle van de Mortel, geitenspecialist van ForFarmers, speelt een belangrijke rol in het bedrijf. “Hij zegt eerlijk waar het op staat en helpt me scherp te blijven. Soms ben je bedrijfsblind, dan is een frisse blik met kennis van zaken onmisbaar.” Samen pakten ze bijvoorbeeld het vervangingspercentage aan. “Dat stond op 16%, wat te krap is om goed te blijven melken. Inmiddels zitten we op 20-25%, dat is veel stabieler.”

Toekomstplannen: nóg duurzamer

De ambities voor de komende jaren liegen er niet om. Ad wil het eiwitgehalte nóg iets verder verhogen en richting de 1400 liter melk per geit per jaar groeien, zonder concessies te doen aan diergezondheid. “Een nóg duurzamere geit, dat is waar we voor gaan.”

Select a website and language