Oogstadvies voor de tweede grassnede

De eerste grassnede van dit voorjaar – vaak rond Koningsdag geoogst – is in veel regio’s opvallend suikerrijk (>200 g/kg/DS), met een laag NDF-gehalte en een hoge celwandverteerbaarheid. Het resultaat: een “snelle” kuil met hoge voederwaarde en een sterke opname

Kennis
Melkvee
Geiten
Ruwvoer

Waarom zoveel suiker bij koude nachten?

Na koude nachten bevat gras vaak extra suiker. Overdag gaat de suikerproductie door, terwijl dit ’s nachts vertraagt. En de plant verbruikt ’s nachts ook minder suiker. Vooral ademhaling en groei liggen stil bij lage temperaturen. De suikers worden dan als het ware “opgeslagen” in de plant.

De valkuil van "corrigeren" met een zware tweede snede

De verleiding is groot om de tweede snede later te maaien voor meer structuur en hogere NDF-gehalten. Dat lijkt logisch, maar zorgt meestal ook voor:

  • lagere VEM; (-80 VEM)
  • lagere eiwitconcentratie;  (-13 gr)
  • tragere opname; 
  • meer stengelvorming; 
  • lagere totale voerefficiëntie. 

Het later maaien om meer structuur te creëren is daarmee een duurdere manier. Je levert per hectare juist veel potentiële melkproductie in. Vaak is het efficiënter om kwalitatieve snedes te blijven winnen en eventuele extra structuur gericht aan te kopen. 

Tweede snede: focus op inkuilmanagement 

Bij de tweede grassnede ligt de uitdaging vaak niet alleen in behalen van een hoge voederwaarde, maar vooral in het vasthouden van die voederwaarde tijdens inkuilen en bewaring. Let vooral op het droge stofpercentage:

Te nat inkuilen geeft risico op:

  • boterzuurvorming met eiwitafbraak tot gevolg (hoger NH3-fractie)
  • lagere opname. 

Te droog inkuilen verhoogt juist de kans op:

  • slechte verdichting met kans op broei tot gevolg
  • schimmelvorming
  • aerobe verliezen.

Voor veel tweede snedes ligt een praktisch streeftraject rond:

  • 35% droge stof voor een goede balans tussen conservering en verdichting.
Oogstadvies per snede gras oogstadvies 2e snede website

Tweede snede bovenop suikerrijke eerste snede

Ligt de tweede snede bovenop een suikerrijke eerste snede, is verdichting van de toplaag en overgangslaag extra belangrijk. Restzuurstof in combinatie met suikerrijk gras vergroot de kans op broei en conserveringsverliezen. Bij een suikerrijke eerste snede hebben gisten bovendien veel substraat beschikbaar. Zodra zuurstof aanwezig blijft, kunnen zij snel suikers en melkzuur omzetten in warmte.

Inzet van inkuilmiddelen

Inkuilmiddelen (SiloSolve FC) die zowel homofermentatieve als heterofermentatieve bacteriestammen bevatten kunnen bij deze situatie toegevoegde waarde hebben — maar het doel van het middel moet goed aansluiten bij het risico in de kuil. Juist bij de huidige suikerrijke, snel fermenteerbare eerste snedes en een tweede snede die daar bovenop wordt ingekuild, ontstaat een interessante afweging tussen snelle en efficiënte conservering versus maximale broeistabiliteit. 

Homofermentatieve middelen: sturen op snelle conservering

Homofermentatieve bactereriën zetten suikers voornamelijk om in melkzuur. Hierdoor daalt de pH snel. Voordelen hiervan zijn:

  • Snelle conservering en beperking van eiwitafbraak
  • Minder droge stofverliezen tijdens fermentatie
  • Efficiënte benutting van suiker

Dat kan vooral interessant zijn bij:

  • Kuilen waarbij broei op de ligt en broei wil voorkomen
  • Eiwitrijk gras, die doorgaans langzamer conserveren

Het aandachtspunt blijft wel dat een kuil met veel melkzuur en restsuikers later gevoeliger kan zijn voor broei zodra er weer zuurstof bijkomt. 

Heterofermentatieve middelen: sturen op broeistabiliteit 

Heterofermentatieve bacteriën produceren naast melkzuur ook onder andere azijnzuur. Dat remt de activiteit van gisten en schimmels. Juist bij:

  • Suikerrijke kuilen
  • Warme (inkuil)omstandigheden
  • Overkuilen van meerdere snedes; 

Deze middelen verbeteren doorgaans:

  • Aerobe stabiliteit
  • Remmen van broei
  • Houdbaarheid aan het snijvlak 

Select a website and language