De tweede snede komt eraan. Door aanhoudend droog weer schiet veel gras vroeg door. Dat gaat, zonder beregening, ten koste van de voederwaarde. Tegelijk voorspellen de weerkaarten neerslag. Veel veehouders stellen daarom ad hoc hun maaiplan bij. Maar is het slim om nog snel te maaien vóór de regen? Of is het beer om te wachten tot de bui geweest is?
Is er gestrooid voor een opbrengst van 2.500 kg droge stof per hectare, dan moet daar ook op gemaaid worden. Let op de volgende technische punten:
Vertoont het gras stress en verwacht je dat dit door de droogte komt? Ga niet af op het oog, maar pak de schop en controleer de ondergrond. Zit er nog voldoende vocht in de wortelzone? Dan is het géén droogtestress, maar mogelijk een gebrek aan opneembare nutriënten. Zonder regen komen de toegediende meststoffen niet beschikbaar voor het gewas. Dit leidt tot licht verkleurd gras en een geremde groei. Pas na een regenbui worden deze mineralen geactiveerd en groeit het gras weer vlot door.
Is er nog geen drijfmest uitgereden? Dan is het nu te laat voor de tweede snede. Drijfmest heeft tijd nodig om te mineraliseren. Kies in dit geval voor een snelwerkende minerale meststof. Geef een NK-meststof zodat zowel stikstof als kali wordt aangevuld voor een gebalanceerde groei. Bemest de derde snede vervolgens weer met drijfmest.
Geef het gewas na regen 7 tot 10 dagen rust om stikstof om te zetten naar ruw eiwit. Oogst je te vroeg, dan heb je veel volume, maar lage eiwitkwaliteit. Laat het gras ‘rijpen’ voor betere voederwaarde.
Heb je nog vragen of wil je meer informatie? Neem contact met ons op.
Staat er minder dan 2.000 kg DS/ha en is het perceel droog? Laat het gras dan staan. De al toegediende mest ligt in en op de bodem, maar doet niets zonder vocht. Wacht op regen, zodat het gras de beschikbare voeding kan benutten. De groei kan dan herstellen, waardoor je later meer tonnen oogst en de oogstkosten per kg DS dalen.
Door de weersomstandigheden wordt de tweede snede gras dit jaar vroeger of juist later gemaaid dan gepland. Dit kan als gevolg hebben dat de stikstofbemesting vóór de maaibeurt hoger is geweest dan de daadwerkelijke stikstofonttrekking door het gewas. Of de meststoffen zijn door gebrek aan neerslag niet volledig benut. Daarom is het van belang de stikstofonttrekking van de tweede snede nauwkeurig te berekenen. Is er minder stikstof onttrokken, dan kan deze hoeveelheid in mindering worden gebracht op de bemesting van de derde snede.